Skip to main content

We belichten de ontwikkelingen rondom houtbouw

door experts ‘in de houtgreep’ te nemen.

Sandra Nap behoeft eigenlijk geen introductie. De voorvrouw van Holland Houtland vecht als ‘Circular Hero’ al jaren voor een betere biobased bouwwereld. Slim de bestaande bebouwing gebruiken staat bij haar bovenaan: “Er is nog minder dan 100 megaton CO₂ -budget over. Dan moet men zich serieus gaan afvragen hoe voortaan te bouwen”. 

Hi Sandra, laten we beginnen met de vraag der vragen: woon je zelf in een biobased woning?  

“Ik woon zelf in een huis dat meer dan 100 jaar oud is, 120 denk ik zelfs, dus er zit wel veel biobased materiaal in. De vorige eigenaar was een Duitse architect. Dus voordat wij erin kwamen, was er al van alles met een soort van Duitse grondigheid gedaan. Wij hebben eerst alleen de vloerisolatie en zonnepanelen toegevoegd.”

Holland Houtland is vier jaar geleden opgericht door jou en Chantal van Schaik. Welke urgentie voelden jullie destijds?

“Wij zijn inderdaad vier jaar geleden Holland Houtland begonnen, maar al bijna 20 jaar actief in de energietransitie. Chantal en ik werkte samen aan een project om alle sportverenigingen in Den Haag te verduurzamen. Ik las toevallig ook een achtergronddocument van het klimaatakkoord. Dat ging over honderd megaton CO₂ besparen door de één miljoen gewenste woningen, in hout te bouwen. Ik dacht toen: waarom zou ik nog gaan “prutsen” met radiatorfolie, als er 100 megaton CO₂ te verminderen is.

In 2019 zagen wij de uitzending van Tegenlicht over houtbouw. Deze uitzending inspireerde ons en vele anderen, zoals architecten die graag aan de slag wilden met kruislaaghout (CLT). Helaas is Nederland helemaal niet een bosbouwland en zagen wij vanuit het stikstofslot, een grote kans voor telen van en bouwen met biobased materialen, dus de snelgroeiende gewassen. Dat zagen we als dé impactvolle bijdrage aan de oplossing van vele crises, zoals die van klimaat, stikstof, water, wonen, etc. En dan vooral in de sectoren landbouw en bouw. We lanceerden toen het concept ‘Boeren blijven boeren, bouwers blijven bouwen’, waarmee we in 2020 de ‘Kraak de Crisis’ crowdsourcing wedstrijd wonnen. En vanaf dat weekend was Holland Houtland geen project meer maar een bedrijf.”

Terwijl die Tegenlicht uitzending toch echt alleen over hout ging.

“Ja, Tegenlicht heeft heel veel mensen getriggerd naar houtbouw, maar het product CLT voelde voor mij niet voldoende als toegevoegde waarde voor ons land. Daarom richten wij ons op materialen die snel groeien en een alternatief bieden voor onze boeren. Dan heb je het over stro, hennep, vlas, miscanthus, en zelfs bamboe.”

Jullie bedrijfsnaam is dus enigszins bijzonder.

“Ja, daar vallen meer mensen over haha, en achteraf hadden we het wellicht ook anders genoemd. Echter de klimaaturgentie heeft ons denken nog sterker beïnvloed en we zijn dus opgeschoven in onze missie: het gaat ons er nu om met zo min mogelijk materiaal zoveel mogelijk wonen toe te voegen. Hoe zorgen we ervoor dat zoveel mogelijk wonen bereikbaar is, zonder grote ingrepen met zo min mogelijk schaars materiaal, en zoveel mogelijk materiaal dat in overvloed aanwezig is. Dat betekent automatisch dat het langzaam groeiende hout minder onze focus heeft.

Uiteraard is hout voor ons ook superbelangrijk. We hebben vorig jaar mogen bijdragen aan een consortium aan de bouw van een woning van prefab stro-gevels. De stro-elementen leveren ook een belangrijke bijdrage aan de constructie, maar de ombouw is van hout. Daarnaast is hout volop aanwezig! In de opbouw van de wanden, de (CLT) vloeren, de tussenwanden en de afwerking met houten shingles (dakpannen, wandbekleding).”

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

● Afbeelding: De woning van prefab strogevels van Strotec, waaraan Holland Houtland heeft bijgedragen.

"Optoppen, aanplakken en transformeren met biobased materialen maakt juist dat industrialisatie niet tot eenheidsworst leidt "

Behalve ‘biobased’ komt het woord efficiënt’ ook vaak terug in jullie context. Wat bedoelen jullie daarmee?

“Destijds, in 2019, dachten wij ook nog heel erg in die vermindering van CO₂, dus elke keer de kaasschaafmethode, zeg maar. Waar kun je bezuinigen? Waar kun je besparen? Maar inmiddels denken we juist andersom: we hebben nog minder dan 100 megaton CO₂ -budget over voor de hele bouw, voor altijd. Dan moet je je serieus gaan afvragen wat je dan nog kunt bouwen? En vooral: op welke manier?

Er is een veel efficiëntere benadering van bouwen mogelijk, door met bestaande materialen, in de bestaande functie, zoveel mogelijk waarde toe te voegen. En dan is nieuwbouw niet het eerste waar je aan denkt, maar kom je uit bij optoppen, aanplakken en transformeren in het bestaande.”

Met de voorwaarde dat het extra woningen oplevert.

“Ja die nuance is wel heel belangrijk. Optoppen door particuliere huiseigenaren is voor “eigen” vierkante meter gewin en wordt vaak eenvoudig goedgekeurd. Voor ons gaat het om extra woningen, of ‘nieuwe voordeuren’, zoals Norbert Schotte het laatst raak omschreef. Wat die particulieren wel laten zien is dat het optoppen, aanplakken en transformeren technisch geen enkel probleem is. Maar op het moment dat het gaat om ‘nieuwe voordeuren’ creëren met die methodes, dan is het opeens een ingewikkeld en langzaam traject. En dat in een tijd dat we met een tekort van zo’n 390.000 woningen zitten.”

Kan je überhaupt een groot deel van dat tekort oplossen met optoppen en splitsen?

“Heel veel. Sommige onderzoeken zeggen één miljoen woningen (KAW), anderen hebben het zelfs over 1,7 miljoen (Platform Woonopgave). In elk geval is er een enorme potentie, waarbij wij willen oproepen om veel creatiever over wonen na te denken. Het is makkelijk om een verdieping bovenop een flat te zetten, maar kijk vooral naar de architecten en bouwers die veel meer gaan puzzelen. Dus van drie kleine hokjes twee woningen maken, of juist van twee grote woningen er drie maken. In een simpel vorm zie je al in sommige woonprogramma’s op tv wat dit voor metamorfoses oplevert. Die mensen zijn dan stomverbaasd als ze zien dat er met bepaalde ingrepen een compleet ander huis ontstaat.”

En die slimme ingrepen moeten we dan geïndustrialiseerd en gestandaardiseerd gaan doorvoeren?

“Precies, want optoppen, aanplakken en transformeren met biobased materialen maakt juist dat industrialisatie en standaardisatie niet tot eenheidsworst leidt in onze wijken. Het materiaal is immers heel flexibel in ontwerp en inzet. Zo worden wijken weer aantrekkelijker voor verschillende woontypen. Laten we veel meer bouwen naar de echte behoefte. Mensen willen immers vaak wel in hun buurt en stad blijven wonen, liever dan in een homogene eensgezinswoningbuurt ergens in een weiland.

Onze ervaring met optoppen, aanplakken en transformeren startte drie jaar geleden met een project met New Urban Architects, waarbij zij voor de Rijksbouwmeester een nieuwe wijk ontwierpen door in een bestaande wijk van 150 woningen 150 extra woningen toe te voegen. In die wijk zijn de garages omgebouwd tot appartementen en is er op een flexibele, creatieve manier opgetopt en aangeplakt. Dan zie je opeens weer dat er leven komt op de begane grond, dat er veel meer groen kan zijn, et cetera.

En bedenk dan dat er in Nederland een potentieel is van 6.000 van dit soort ‘stempelwijken’ die 40 of 50 jaar geleden gebouwd zijn. Beperkt onderhouden en daardoor een stuk minder aantrekkelijk voor nieuwe bewoners, terwijl de ouderen daar niet makkelijk weg kunnen. Aanpakken met optoppen, splitsen en aanplakken, zeggen wij dan.”

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

● Afbeelding:  Een impressie van ‘De Optopper’, een optop-product van Prefab Fabriek Culemborg.

Die potentie kwam onlangs ook naar voren bij de sessie ‘Optoppen op topniveau’ in Pakhuis de Zwijger . Maar daar bleek ook dat de schoen nog vaak wringt bij de wet- en regelgeving, die 100% instemming eist van VvE-leden.  

“Dat is inderdaad hoe het nu geregeld is. Het begint ermee om de VvE’s te laten inzien dat optoppen voor hen echt waarde creëert en in diverse vormen een directe winst oplevert. Zo kunnen de servicekosten voor bewoners vaak aanzienlijk naar beneden, en is nu wel meteen die lift te vervangen of woningen te verduurzamen.

Wij zien in elk geval voor de toekomst vooral kansen voor VvE’s. Er is toevallig recent een motie ingediend om juist de wet- en regelgeving te vereenvoudigen. Dat is een direct resultaat van ons ‘Doorbraak’-project voor de provincie Zuid-Holland, waarbij Chantal van Schaik zes teams vormde en begeleidde om dit soort belangrijke belemmeringen te slechten. Nu die motie kamerbreed is aangenomen is het Rijk aan zet om daar ook iets mee te gaan doen.”

Hoe groot is die kans, als straks de pro-biobased demissionair minister plaats moet maken?

“Nou, dat ziet er nog best goed uit hoor. Al voordat Hugo De jonge er was wilde het ministerie van BZK  met de Rijksbouwmeester ontwerpstudies al met creatievere oplossingen aan de slag. Zij zien net als wij ook de logica dat optoppen, aanplakken en transformeren heel erg de conceptuele en componentenbouw versterkt.

Het huidige kabinet heeft in het formatieakkoord alle mogelijkheden om woonruimte toe te voegen of mensen te huisvesten benoemd. Voor ons is het verschil tussen een optimale en suboptimale oplossing of de uitvoering ook waarde toevoegt. Met zorg voor ouderen bijvoorbeeld. Het ziet er naar uit dat het nieuwe coalitie dat ook belangrijk vindt. Zij willen ook nog steeds geld vrijmaken voor woondeals, en dan zeg ik: maak dan ook specifiek geld vrij voor optoppen, aanplakken en transformeren. Eerlijk gezegd acht ik de kans niet heel groot dat het nieuwe kabinet met dat duurzame doel aan de slag gaat. Maar tegelijk durf ik er echt geen voorspelling over te doen. Mijn politieke sensitiviteit neemt met de dag af.”

'Optoppen op topniveau'

Zie hieronder impressies van een penthouse project in Rotterdam West van Brightside Architects.

"Het ontbreekt velen nog aan visie over waar je wel en niet kunt bouwen."

Jij hebt ook wel eens gezegd: er is geen woningbouw probleem, maar een klimaatprobleem, wat bedoel je daarmee?

“Dat klimaat het uitgangspunt moet zijn voor wat men doet met die woningmarkt. Op dit moment is het uitgangspunt bij ontwikkelaars veelal: waar is er grond beschikbaar? Dan gaan we daar bouwen. En daarmee versnel je eigenlijk de klimaatproblemen, waar we nu al last van hebben. ‘Water en bodem sturend’ is niet voor niks. Een woning is er voor 75 tot 100 jaar, of liever nog langer. In heel veel gebieden in Nederland kunnen we het ons nu al niet meer permitteren om te gaan bouwen. Dan is het dus heel vreemd om te zien dat investeerders en projectontwikkelaars nog steeds op plekken willen bouwen, waar de problemen al door de oogharen zichtbaar zijn. Niet alleen door de verhoging van de zeespiegel, maar vooral ook door de afvoer van het hemelwater dat steeds intenser en langduriger valt. Kijk daarvoor nu naar Duitsland en Oosterrijk.

Het ontbreekt velen nog aan visie over waar je wel en niet kunt bouwen. En ook daarin past dus optoppen, aanplakken en transformeren, want dan maak je gebruik van een plek die al ontwikkeld is. De infrastructuur is herbruikbaar en voorzieningen beter te benutten. En dat zie ik dus allemaal als oplossingen voor het klimaatprobleem.”

Nu zijn er ook visionairs die nog verder denken. Zoals Jan Rotmans die vindt dat we ook moeten gaan kijken naar een nieuw deltaplan, voor wonen op water.

Tja, wonen op water, dat is toch eigenlijk een gekke optie waarbij je weer een stukje natuur inpikt. Waar we met ‘een straatje erbij’ steeds een stukje boerenland inpikken, zouden we dat nu met water gaan doen. Ik ben daar niet deskundig in, maar ik vind dat toch moeilijk uit te leggen.”

Stel dat de houtbouw revolutie morgen losgaat, is Nederland volgens jou dan überhaupt klaar om de grootschaligheid aan te kunnen?

“Ik vind dit een fantastische vraag, waar ik volmondig ja op kan zeggen. Voor onze biobased bedrijvengids over ‘Concepten en componenten’ vroegen we twee jaar geleden circa vijftig leveranciers hoeveel woningen zij jaarlijks konden produceren binnen de huidige wet- en regelgeving. Dat bleken er vanaf 2027 al zo’n 121.000 te zijn. Dan hadden we het nog niet eens over optoppen, aanplakken en transformeren. Dus ja, laat maar komen die revolutie.”


 

Opschalen: drie voorwaarden

  • Constante flow in productie (liever meerjaren afspraak , dan eenmalige mega order).

  • Uitbreiding van productielocaties

  • Financiering

Met deze bouwstroom en het vergroten van productiefaciliteiten schalen de leveranciers op naar ruim 76.000 woningen in 2025. Dat staat gelijk aan de omvang van de jaarlijkse woningtoename van de afgelopen jaren. Vanaf 2027 staat de teller op jaarlijks 121.000 woningen.

 


Is de certificering van alle biobased bouwmaterialen dan ook al op orde? Aangezien het daarbij best vaak om nieuwe innovaties gaat, toch?

“Ja en nee. Er is in Nederland al ontzettend veel gecertificeerd. Kijk naar materiaal voor biobased isoleren, en veel van hout, vezels of stro. Veel materiaal is echt geen enkel probleem in de landen om ons heen. Alleen willen wij in Nederland elke keer opnieuw het wiel uitvinden, terwijl het in het buitenland allang functioneert. Architecten en bouwbedrijven die bijvoorbeeld zowel in Engeland, Duitsland als in Nederland werken, moeten aan drie verschillende eisen voldoen als ze pech hebben.

Begrijp me niet verkeerd, het is natuurlijk geweldig dat wij Nederlanders graag innoveren. Er zijn hier partijen aan de slag met miscanthus, met paulownia hout en met zeewier. Voordat zij echt grootschalig kunnen bouwen, is certificering slechts één van de hobbels. Daarom kijken wij bij Holland Houtland vooral naar marktrijpe producten om direct nu impact te maken. En die markt staat ook niet stil. Sla de Cobouw open en zie dat de meest innovatieve bedrijven, jaar op jaar de meeste winst maken en de meeste mensen kunnen aantrekken.

Dus ja, alles wat we nodig hebben voor de transitie is beschikbaar, het is een misverstand dat we daarop zouden moeten wachten.”

Geldt dat ook voor voldoende geschoolde mensen? Of is dat nog wel een revolutieremmer?

“Ja, daar liggen inderdaad wel wat uitdagingen. Maar los van voldoende nieuwe mensen opleiden, denk ik dat ook de processen van bouwprojecten flink efficiënter kunnen. We houden hier wel heel erg van regeltjes en overlegstructuren. Bij een bouwproject van tien of vijftien jaar, verslijt je zo’n zeven gemeenteambtenaren en hetzelfde aantal corporatiemedewerkers, én heb je een stedenbouwkundige visie drie keer aangepast. Er zit dus ook nog veel ruimte in hoe wij de dingen nu niet slim aanpakken.”

Tot slot: wat hebben we het meest nodig om de transitie echt te versnellen, en wie hebben we daarvoor nodig?

“Ja kijk, onze optop-visie is in eerste instantie natuurlijk een duidelijk pamflet voor het nieuwe kabinet. Maar ook aan bouwers en bouwbedrijven wil ik een oproep doen: kijk nou eens naar álle waarden, en kijk verder dan korte termijn resultaten. Er is zo ontzettend veel mogelijk.

Drie jaar geleden is een grote groep bedrijven opgestaan die de overheid in een manifest opriep om een gelijk speelveld te maken voor de MPG. Nu de overheid het nalaat, besluit men om het zelf te doen. Als sector. Alle reden voor onze toekomst om meer lef en moed te hebben en te zeggen: wij gaan het gewoon zo doen.”

Mijn oproep aan de sector

“Het is onze beroepseer dat we als sector niet voor de bouwbesluit-ondergrens gaan met de minimale vereiste kwaliteit, maar voor de hoogst mogelijke kwaliteit voor bewoner en maatschappij. Bouwen met hout en biobased materialen heeft dat in zich. Ik zou heel graag willen zien dat biobased bouwen omarmd wordt. Niet alleen omdat het duurzaam is en we daarmee CO₂ besparen, maar omdat het gewoon voor mensen fijn en gezond is om in te wonen.”

Sandra Nap, directeur  Holland Houtland.

Meer informatie? 

Stuur een mail

© Foto header en modelwoning van stro: Holland Houtland

© Impressies De Optopper: Prefab Fabriek Culemborg

© Impressies penthouse Rotterdam West: Brightside Architects