We belichten de ontwikkelingen rondom houtbouw
door experts ‘in de houtgreep’ te nemen.
Alles wijst op een droomboom. De CO2-vreter die al na een decennium oogstrijp is, een licht gewicht kent en mooie bloemen geeft waar de bijen wel honingpap van lusten: paulownia. Waarom wordt deze turbo-boom nog niet massaal omarmd door biobased bouwend Nederland? Dieter Mullemeister, zelf de keizer van deze ‘keizersboom’, praat ons bij.
Dieter, jij werd getipt als dé paulownia expert van Nederland. Waarom is dat denk je?
“Ik ben een paar jaar geleden begonnen met ‘Paulownia Netwerk’ om kennis en kunde te vergaren over de teelt en de potentie van paulownia: is het een aanvulling op de houthandel, op de bouw of biobased bouwmaterialen? Vanuit dat initiatief is de achterkant van de keten bekeken, waarbij vanaf het eindproduct terug geredeneerd is richting de aanplant. Is er een markt voor het hout? Waar zou de aanplant kunnen? Past dat in Nederland en binnen het beleid? Hoe ga je dat dan zo goed mogelijk invullen? Zo is die hele keten in kaart gebracht. Dat was vanuit Paulownia Netwerk eigenlijk een vrij praktische verkenning om zoveel mogelijk mensen enthousiast te maken over die boom.”
En dat doe je vast niet alleen.
“Nee, al vrij snel ben ik samen met Dealin.Green verdergegaan met de daadwerkelijke ontwikkeling en implementatie. Dealin.Green brengt de volledige keten samen: van opkweek van plantmateriaal, CO₂-certificering – wat een cruciaal onderdeel is van de teelt – tot de begeleiding van de teelt en het vermarkten van de opbrengsten, zoals hout en CO₂-credits.”
Heb jij zelf een ecologische achtergrond?
“Ik heb Bos- en Natuurbeheer gestudeerd op Larenstein. Vanuit die hoek kom je dan al snel op het ecologische vlak, maar ook op de handel die vrijkomt uit bos- en natuurbeheer. Mijn achtergrond ligt ook bij de tropische bosbouw. Ik ken de trajecten van Zuid-Amerika en Afrika, waar de focus altijd al op de wat snellere groeiers lag. Daarbinnen heb je een hele grote verscheidenheid aan boomsoorten.”
Hoe ontstond dan de specifieke voorkeur voor Paulownia?
“Ja dat is best een mooi verhaal. Toen mijn dochter werd geboren leek het ons leuk om een zogenaamde ‘geboorteboom’ te planten. Omdat de paulownia ook wel prinsessenboom wordt genoemd (vernoemd naar de Russische prinses Anna Paulowna) én van oudsher in Azië werd aangeplant als er een meisje werd geboren, kwamen we uit bij deze boom. Het schijnt zelfs dat op het moment dat het meisje dan ging trouwen, de uitzet werd gemaakt van het geoogste hout.”
Dat klinkt als een magisch lot, waardoor je er nu je werk van hebt gemaakt.
“Ja, je kunt wel zeggen dat het de kickstarter was. Het bleek een hele leuke boom die enorme bladeren en mooie kokervormige, roze-paarse bloemen produceert en een indrukwekkende groeisnelheid heeft. De voortuin werd al snel te klein voor de boom, waardoor ik getriggerd was en een beetje onderzoek ben gaan doen.
Ik kwam erachter dat het in Azië al duizenden jaren wordt gebruikt, terwijl het in Europa nagenoeg onbekend was. Zodoende ben ik een keertje – vanuit mijn achtergrond in de plantage business – gaan stoeien met wat cijfers om te kijken of ik paulownia wat dichter bij huis zou kunnen gaan telen en of dat dan ook haalbaar is voor een Nederlandse casus. Dat is een beetje uit de hand gelopen.”
(tekst gaat verder onder kader)
Van zaadje naar gevelbekleding in 10 jaar.
Swipe hieronder door de korte life cycle van paulownia: van eenjarige boom tussen appelbomen (paulownia is goed te combineren met andere gewassen), via de oogst van 9 jaar oud stamhout en de verwerking tot planken, naar de uiteindelijke toepassing als zwart behandelde geveldelen.
(© Foto’s Dealin.Green)
"Het is een aanvulling op een businessmodel. Een melkveehouder zal nooit honderd procent overstappen."
Het lijkt er de laatste tijd op dat niet alleen de boom, maar ook de aandacht ervoor snel groeit. Merk jij dat ook?
“Ja zeker, van alle snelgroeiers ligt de focus in Nederland echt op de paulownia. In ons gematigd klimaat gedijt die goed en het heeft slechts acht tot tien jaar nodig om oogstrijp te zijn. We kijken in ons land met toenemende interesse naar die groeisnelheid. Met inmiddels een 150 hectare in Nederland begint het nu ook al zo’n omvang te krijgen dat we echt kunnen laten zien wat ermee kan.
Al blijft snelheid wel iets relatiefs. Voor wat we hier van bomen gewend zijn vinden we het snel, maar boeren en landeigenaren zien dat toch echt anders. Die zijn gewend om jaarlijks te oogsten, dan is acht jaar wel even wennen. Des te belangrijker is het dat we deze doelgroep goed voorlichten over de kansen als alternatief verdienmodel naast hun kernactiviteit.”
Voorlichting is misschien wel het belangrijkste onderdeel van jouw missie?
“Aan de ene kant heb ik een bepaalde drive om mensen te overtuigen van de kansen. Ik kom vaak langs bij boeren om hen te adviseren over milieuadvies en dan merk je toch bij veel van hen dat ze een beetje zoekende zijn naar wat ze de komende jaren moeten gaan doen. Gaan we de veestapel verder uitbreiden of gaan we toch richting wat alternatieve teelt? In dat laatste geval zie ik veel potentie voor die boer om ook met dit soort teelten aan de slag te gaan als alternatief verdienmodel. Daar wil ik ze dan heel graag bij helpen.
Anderzijds wil ik zo veel mogelijk mensen laten inzien dat Paulownia gewoon een heel mooi eindproduct is. Een mooi houtje dat breed toepasbaar is. En ja, dat maakt het een hele mooie uitdaging om te kijken of dit in Nederland voet aan de grond kan krijgen.”
Want in Azië is dat houtje al zo oud als de weg naar Rome, toch?
“Precies, en nu is het momentum voor Nederland. Er is namelijk enorm veel aandacht voor houtbouw en voor meer gebruik van biobased materialen, door bijvoorbeeld Building Balance. Als we die materialen en vezels allemaal in Europa willen sourcen, hebben we op zich nog wel een uitdaging. En als je de natuurlijke bossen een beetje wilt ontzien dan moeten we er misschien toch een wat industriëler alternatief tegenover zetten. Dit soort bosbouw, waar echt de focus ligt op uniforme kwaliteit en waarbij elke boom hetzelfde proces doormaakt, zou voor de houtverwerkende industrie een interessant ontwikkeling zijn.
Dat in combinatie met de transitie naar alternatieve invullingen waar veel boeren nu over nadenken, maakt dat het draagvlak groeit.”
Is paulownia teelt dan al een volwaardig substituut voor een boer die zijn eigen veestapel wil verkleinen?
“Het is een aanvulling op een businessmodel. Een melkveehouder zal nooit honderd procent overstappen op het telen van paulownia, maar het kan een hele mooie aanvulling zijn om met wat minder koeien een duurzame toekomst tegemoet te gaan. Onze klanten zijn over het algemeen ook de wat innovatievere boeren, die echt wat verder kijken en het ook vanuit eigen overtuiging doen.
Zo’n nieuwe teelt is dan grotendeels gebaseerd op het produceren van hout in combinatie met een stukje CO₂-certificering, een handel die de laatste jaren enorm ontwikkeld is. Die certificering zorgt voor tussentijdse inkomsten, waardoor de boer niet acht jaar hoeft te wachten voordat hij iets van zijn investering terugziet.
Het is ook een teelt die zich heel goed leent voor een agro forestry. Dat onderzoeken we nu met ZLTO. Er is een uitgebreid programma uitgerold om de combinatie van die boomteelt met een deel landbouw te gaan combineren. Denk bijvoorbeeld aan pompoen of luzerne teelt tussen de bomen, maar ook aan paarden, koeien of schapen die enerzijds schaduw vinden onder de bomen en anderzijds de grond bemesten en het gras kort houden.”
Hebben wij in Nederland wel de ideale klimaatomstandigheden voor paulownia teelt?
“Ja dat levert geen problemen op. We gebruiken gekruiste soorten die zich goed kunnen aanpassen aan een wat meer gematigd klimaat. Daarnaast worden de zomers steeds warmer, wat gunstig is voor de fotosynthese die de boom doormaakt bij hogere temperaturen. Dan zie je dat zo’n houtproductie zelfs in Nederland gewoon goed mogelijk is.”
(tekst gaat verder onder kader)
De Hollandse keizer van de 'Keizersboom'

● Paulownia-profeet Dieter Mullemeister in de kas met zijn jonge plantmateriaal.
Zijn er überhaupt risico’s of uitdagingen binnen Nederland voor het kweken?
“Ja, beleid is een belangrijke uitdaging. Wij zien enorme verschillen in acceptatie tussen verschillende gemeentes, omdat het iets nieuws is. Het lijkt in de basis natuurlijk een vorm van bosbouw, maar het is veel meer landbouw dan bosbouw. Wij opereren ook vanuit landbouw principes en kunnen het ook binnen RVO als landbouw opgeven. Dat zorgt ervoor dat boeren geen landbouwgrond hoeven af te waarderen naar bosgrond. Dat moeten we tussen de oren krijgen, en het liefst benoemd in wet- en regelgeving.”
Wat is er eigenlijk mis met de oer-Hollandse snelgroeier: de populier?
“Daar is niks mis mee, maar feit is dat een paulownia nu eenmaal een stuk sneller hout produceert dan een populier, met ook nog een efficiëntere koolstofafzetting. Populieren staan ook liever op nattere gronden, terwijl wij juist meer op zandgronden zitten en soms ook op wat marginale gronden. Dat zorgt ervoor dat je ook efficiënt kan omgaan met de enorm dure landbouwgrond die we hier in Nederland hebben, omdat je paulownia ook daar kunt planten waar voedselproductie niet zo goed gaat.
We zijn natuurlijk wel jaloers op de status van de populier, waarvan we onze Hollandse lucifers en klompen maakten. Daarom zijn we nu heel hard bezig met houtinstituten om in de technische specificaties goed uit te lichten waar de potentie ligt, wat de kracht is, wat de sterkte is, de duurzaamheid, wat de brandeis moet zijn et cetera. Maar dat is nog wel een uitdaging omdat het in Europa en binnen het Nederlands Bouwbesluit nog vrij onbekend is.”
In dat licht, welke toepassingen bieden dan de grootste kansen voor paulownia op dit moment?
“Wij focussen ons op gevelbekleding, waarbij het paulownia thermisch gemodificeerd wordt. Daar gaan we binnenkort ook een paar grotere projecten mee doen. Daarnaast kijken we ook naar niet-dragende prefab bouwelementen, zoals binnenwanden. Doordat paulownia zo licht is heeft het een minder dragende kracht en kan je er vooralsnog geen vuren mee vervangen in CLT. In vuren zit echt wel twee keer zoveel massa. Wij hebben wij ook niet zo heel veel te zoeken in de CLT-industrie, want er zijn slechts een paar duizend hectare aan paulownia tegenover miljoenen hectares aan vuren.
De lambda-waarde van paulownia is wel een stuk beter dan vuren. Die waarde is een maatstaf voor hoe goed een materiaal warmte geleidt. Hoe lager die waarde, des te slechter het materiaal warmte doorlaat en dus des te beter het isoleert. Sommige architecten zeggen al dat paulownia hierdoor wel eens een hele waardevolle toevoeging kan worden voor binnenwanden of eindbekleding. Plus dat je er dan voor zorgt dat in je hele keten materialen lichter worden, beter isolerend en akoestisch prettiger zijn.
Een ander groot voordeel van paulownia is de CO₂-opslag. Die is veel hoger dan bij vuren. Paulownia is een gewas dat tijdens de groei heel snel en efficiënt de koolstof opslaat in vergelijking met andere boomsoorten.
Daarnaast focussen wij ook op plaatmateriaal, omdat we die bomen recht en tak-vrij kunnen laten groeien om een hoogwaardige kwaliteit te krijgen. Meestal wordt er op de plantage zes meter tak-vrij aangehouden en dat leent zich heel goed voor het maken van fineer voor plaatmateriaal, waar bijvoorbeeld de caravan- en camperindustrie interesse in heeft.”
Hoe staat het met de certificering voor al die toepassingen?
“We zijn druk bezig om aan te kunnen tonen wat de duurzaamheidsklasse is. Wij baseren ons nu op de rapporten van het Duitse TÜV, een gerenommeerd onderzoeksinstituut dat de karakteristieken van het hout beoordeelt en de duurzaamheidseisen opstelt. We willen dat in een Nederlands model gaan gieten. Er zijn al tientallen opstellingen geweest om de toepassing voor gevelbekleding goed in kaart te kunnen brengen, om te kunnen aantonen dat het een mooi alternatief kan zijn. Maar met zo’n nieuw product in een nieuwe markt moet alles gewoon goed doorgespit worden. Daar komt bij dat we in Nederland opmerkelijk genoeg hierin een stuk strenger zijn dan Duitsland.”
"Nederland is te kostbaar. In Frankrijk betaal je maar 10% van de Nederlandse landbouwgrondprijzen."
Bestaan er misverstanden over paulownia waaraan jij je ergert?
“Nou, er gaan vooral veel hosanna verhalen rond over paulownia, omdat het natuurlijk een mooi gegeven is dat er blijkbaar bomen bestaan die je sneller kunt oogsten. Maar dat het bijvoorbeeld een hele makkelijke teelt zou zijn, waarbij je de boom in de grond zet en je over acht jaar kunt cashen, dat is zeker niet zo. Het is een teelt die om expertise vraagt en waar wij de telers ook echt aan de hand moeten nemen, om een zo goed mogelijk eindresultaat te krijgen. Het vergt continue arbeid van begin tot eind.
Je hoort ook veel dat het hout van nature al zeer duurzaam is. Nu is het is op zich een redelijk duurzaam houtje, maar alles wat snel groeit is gewoon wat vatbaarder voor afwaardering.
Verder moeten we ook kritisch zijn op de brandeisen. Als je de boom net oogst dan is het gewoon een natte houtsoort, maar als het droogt dan wil het wel prima branden. We moeten daar echt heel transparant en eerlijk over zijn. Geen halleluja verhaal, dat moet gewoon echt de houten waarheid zijn.”
Je hebt natuurlijk ook een verwerkingsindustrie nodig, in hoeverre is die al op oorlogssterkte in ons land?
“Voor de relatieve lage aantallen die nu in ons land gemaakt worden, is verwerking geen probleem. Maar voor opschalen kijken we vooral breder naar Europa, ook omwille van de Nederlandse grondprijzen. In Frankrijk betaal je bijvoorbeeld maar 10% van de Nederlandse landbouwgrondprijzen. Nederland is kostbaar – in Frankrijk betaal je maar 10% van de landbouwgrondprijzen – maar de vraag naar Nederlands hout is groot. Dat geldt ook voor en de CO₂ afnemers, zij willen het liefst dat de CO₂ credits die we verhandelen vrijkomt uit Nederlandse teelt.”
Wordt paulownia ook al omarmd door Building Balance?
“Building Balance kijkt met interesse naar de paulownia teelt. Ze zitten in de verkennende fase en willen ook een soort kenniscentrum faciliteren. Dat zou ervoor zorgen dat we de teelt verder onder de aandacht kunnen brengen. In die zin zijn zij ook echt van belang voor ons.”
Ik las ook iets over een minder voor de hand liggend product van paulownia: honing. Is dat een bijvangst in het businessmodel?
“Nee hoor, de paulownia’s die wij gebruiken zijn steriele soorten die zichzelf niet kunnen voortplanten. Dat wordt ook vanuit de NVWA en RVO geëist. Er is namelijk ook een soort – de paulownia tomentosa – die zich invasief kan gedragen. Die bloeit mooi en is een rijke bron voor bijenhoning, maar die verspreidt ook enorm veel zaad naar plekken waar je de paulownia niet wilt.”
Het paulownia perspectief
“Uiteindelijk liggen de kansen echt bij de woningbouw, waar de komende jaren de grootste vraag naar materialen zal zijn, in combinatie met langdurige CO₂-vastlegging. Ik denk dat daar veel van de potentie ligt voor paulownia, mits we het op die plekken toepassen waar het zeer geschikt voor is. Dat is wel echt heel belangrijk. Net als de teelt van paulownia, die kan niet overal en moet op de juiste manier gedaan worden. Het moet van begin tot eind gewoon een kloppend verhaal zijn.”










