Skip to main content

We belichten de ontwikkelingen rondom houtbouw

door experts ‘in de houtgreep’ te nemen.

De mens schijnt een evolutionair verankerd verlangen te hebben om zich te verbinden met de levende natuur. In een gebouw van hout laat dit ongrijpbare vermogen ons rustiger voelen, geconcentreerder werken, beter slapen en ruimtes ervaren als ‘prettig kloppend’. Jarenlang werd dat gevoel afgedaan als romantisch, maar biobased architect Daan Bruggink en neuromarketingexpert Martin de Munnik weten beter.

Daan Bruggink. Tweeëntwintig jaar geleden startte hij zijn architectenbureau ORGA. Dat richtte zich toen al volledig op bouwen met natuurlijke materialen.

Of Daan een visionair is? Naar eigen zeggen had hij vooral niks met de destijds dominante betonnen, harde architectuur en was vooral de natuur voor hem een leidend principe.

Wat men toen gewoon duurzaam of ecologisch ontwerpen noemde, heet nu biobased.

“Biobased materialen zijn materialen die terug groeien in de tijd waarin je ze gebruikt” legt Bruggink uit. “Wij redeneren heel logisch: overal waar je die materialen technisch kunt toepassen, moet je dat doen. Maar de praktijk is lastiger. Je hebt natuurlijk ook te maken met opdrachtgevers die twijfelen, gemeenten die zeggen dat het niet kan en aannemers die bang zijn voor risico’s.”

Het zijn partijen die nog niet bekend zijn met de zogenaamde ‘biofilische’ effecten van bouwen met natuurlijke materialen. Biofilie betekent letterlijk: liefde voor het leven. “Wij zijn evolutionair volledig afgestemd op de natuur”, zegt Bruggink. “Ons brein, onze zintuigen, ons stresssysteem, alles is gevormd in een natuurlijke omgeving.”

Biofilisch ontwerp vertaalt dat inzicht naar de gebouwde omgeving. Hout speelt daarbij een sleutelrol. Niet als decoratief element, maar als materiaal dat op meerdere zintuigen tegelijk werkt: visueel, tactiel, akoestisch en zelfs op de reukzin. “Daarom voelen gebouwen van Frank Lloyd Wright of Mies van der Rohe zo prettig aan,” zegt Bruggink. “Ze zijn diep afgestemd op hoe mensen zich onbewust in een ruimte bewegen en gedragen.”

Martin de Munnik herkent dat ook. Als ex-reclameman schreef hij het boek ‘De Koopknop’ over ons beïnvloedbare consumentenbrein – en richtte samen met neurowetenschapper Victor Lamme neuromarketingbureau Neurensics op.

In opdracht van de Belgische houtfederatie Fedustria toonden zij via fMRI-scans wetenschappelijk aan dat een interieur met veel hout meerdere positieve effecten kent voor onze hersenen.

“Marketing en ontwerp zijn grotendeels gebaseerd op aannames. Tachtig procent van alle productintroducties mislukt,” zegt hij. “Niet omdat mensen dom zijn, maar omdat we structureel overschatten hoe rationeel beslissingen worden genomen. Gedrag wordt grotendeels aangestuurd door systeem 1,” legt hij uit, verwijzend naar de twee denksystemen van psycholoog Daniel Kahneman. “Systeem 1 redt ons als mensheid en systeem 2 stelt ons in staat om naar de maan te gaan, maar als je wilt weten wat mensen écht doen, moet je systeem 1 meten. Dat is ons snelle, emotionele, onbewuste systeem. Wat mensen zeggen, systeem 2, is vaak een rationele reconstructie achteraf.”

Hun onderzoek voor Fedustria begon als een wetenschappelijke bevestiging van wat we intuïtief al weten. “Iedereen voelde: hout doet iets,” zegt De Munnik. “Maar niemand kon uitleggen waarom. Dus gingen we dieper kijken. Gevoelens bestaan uit emoties, en die emoties kun je afzonderlijk meten met fMRI.”

Verwondering in de praktijk

Swipe hieronder door de ORGA projecten Basisschool De Verwondering en de biofilische Tandartspraktijk Mondzorg Middenmeer.

"“Ook zonder keihard bewijs blijft de consistentie van observaties te groot om te negeren."

- Daan Bruggink

Wat hout doet in ons brein

Het onderzoek dat volgde was grondig. Interieurs met hout, beton en synthetische materialen werden met elkaar vergeleken, in meerdere contexten: woonkamers, kantoren en zorgomgevingen. Verschillende designs, met en zonder planten, in wisselende volgordes, zodat toeval en context werden uitgesloten.

De Munnik: “Hout scoorde structureel hoog op positieve emoties. Zo zagen we bijvoorbeeld dat hout in diverse leefruimtes stressgevoelens vermindert, vertrouwen verhoogt en creatief en probleemoplossend denken stimuleert.” In woonomgevingen vertaalt zich dat naar rust en veiligheid. In werkomgevingen naar focus, creativiteit en probleemoplossend vermogen. “Mensen functioneren aantoonbaar beter in een omgeving met hout,” zegt hij.

Wat het onderzoek extra interessant maakt, is dat emoties afzonderlijk konden worden gemeten. “Gevoel is geen vaag geheel,” zegt De Munnik. “Het bestaat uit meetbare componenten. En als je die begrijpt, kun je er ook op ontwerpen.”

Intuïtie bevestigd door praktijk

Voor Daan Bruggink voelen deze uitkomsten als een bevestiging van wat hij al jaren ziet gebeuren bij zijn projecten. “We zien het gedrag van mensen veranderen in onze gebouwen,” zegt hij. “Rustiger, minder stress, meer concentratie.”

Als treffend voorbeeld vertelt Bruggink over een project voor een nieuwe tandartspraktijk. “De tandarts had zelf al bedacht ‘als ik voor natuurlijke materialen kies, dan zijn mijn patiënten meer op hun gemak, kan ik hen sneller behandelen en verdien ik die meerkosten wel terug in drie jaar’. Wat bleek: na een jaar was het al terugverdiend, want het personeel kwam nu ook gemiddeld een kwartier eerder.”

Het is een van de voorbeelden die de impact van biofilie blootlegt. Bij kinderen is dat biofilische effect nog sterker, weten ze bij ORGA die met hun ontwerp voor basisschool De Verwondering onder andere De Gouden Kikker wonnen voor het meest duurzame project. “In scholen zie je direct verschil. In houten gebouwen zijn kinderen rustiger, vrolijker, minder prikkelbaar. In tijdelijke noodlokalen van staal en kunststof zie je het gedrag vrijwel meteen omslaan.

Wetenschappelijk keihard bewijs bij kinderen is wel lastig, erkent Bruggink. “Maar de consistentie van observaties is te groot om te negeren.”

(tekst gaat verder onder kader)

In ons interieur maakt hout echt het verschil

● Op de campagnesite houtdenatuurlijkekeuze.be van Fedustria vind je meer informatie over het wetenschappelijk onderzoek van Neurensics onder leiding van Prof. Dr. Steven Laureys en Dr. Steven Scholte.

De ‘sweet spot’ van zichtbaar hout

ORGA hoopt nog veel meer inzichten op te doen met hun ‘Wood & Wellbeing’ onderzoek dat zij in opdracht van Built by Nature uitvoeren. Daarin wordt vooral gekeken naar hoe houten gebouwen actief bijdragen aan onze gezondheid. Het betekent overigens niet per definitie dat je zoveel mogelijk hout in het zicht moet toepassen. Zowel uit hersenonderzoek als uit literatuurstudies blijkt dat meer hout niet automatisch beter is. “Er is een optimum,” zegt Bruggink. “Dat ligt ongeveer bij 45 tot 55 procent zichtbaar hout. Daarna kantelt de beleving richting het ‘sauna-gevoel’ dat te veel hout kan afgeven. Dat is natuurlijk zeer interessant voor ons om te weten.”

De Munnik ziet datzelfde effect in de data. “Hout roept veel vertrouwen op, maar ook weinig verrassing. Dat betekent dat ontwerp essentieel blijft. Te veel hout, zonder variatie of contrast, kan saai worden. Bij het design met hout in woonomgevingen moet je daarmee rekeninghouden.”

Biofilisch ontwerp is dus geen pleidooi voor ‘alles hout’, maar voor balans: tussen rust en prikkeling, tussen natuurlijk en ontworpen.

De grootste verrassing: kantoren

De meest onderschatte toepassing van hout zit volgens De Munnik niet in woningen, maar in kantoren. “Dat is een markt die volledig op efficiency is ingericht. Maar succes bestaat uit efficiency én effectiviteit.” Als mensen productiever, creatiever en alerter worden in een houten omgeving, moet je anders naar kosten kijken. “Een goedkoper kantoor dat prestaties ondermijnt, is uiteindelijk duur”, bepleit De Munnik.

Bruggink herkent dat spanningsveld. “Men stuurt nog te veel op initiële kosten en te weinig op menselijk functioneren. Terwijl gebouwen in essentie gebruiksvoorwerpen zijn voor mensen.” Hij merkt hierbij ook een duidelijk verschil in type opdrachtgever. “Wij doen veel voor familiebedrijven. Dat zijn ondernemers die een andere waardestelling hanteren dan bijvoorbeeld corporate bedrijven. Ze kijken veel meer naar de mensen, naar de langere termijn, naar kwaliteit, in plaats van ‘wat kost mij dit nu’ en ‘kan ik dit wel verkopen aan de aandeelhouders’”.

"Hout roept veel vertrouwen op, maar ook weinig verrassing. Dat betekent dat ontwerp essentieel is."

- Martin de Munnik

Van onderbuik naar onderbouwd

Wat beide mannen zien, is een verschuiving van intuïtief naar onderbouwd ontwerpen. “We kunnen nu mensen virtueel door een gebouw laten lopen om aan te tonen waar in een gebouw stress ontstaat of vertrouwen groeit,” zegt De Munnik. “Dat is revolutionair voor architectuur.”

Voor Bruggink betekent dat een sterke bevestiging van zijn verhaal richting opdrachtgevers, verzekeraars en pensioenfondsen. “Hout is niet alleen duurzaam, hout is ook aantoonbaar gezonder, prettiger en functioneler.”

Hout werkt

De één begon met een passie voor natuur, de ander met een fascinatie voor het brein. Maar hun conclusie is identiek: hout werkt. Niet als esthetische voorkeur, maar als diep menselijk materiaal.

Biofilisch bouwen blijkt geen zachte belofte, maar een meetbaar effect op hoe wij wonen, werken en leven. Wat we intuïtief al lang voelen, is inmiddels zichtbaar gemaakt tot diep in het brein.

“Architecten en opdrachtgevers moeten serieus nadenken waar hout het meeste effect heeft. In kantoren, ziekenhuizen, maar ook in woningen moet je nadenken over balans.”

Martin de Munnik, co-founder en business developer van Neurensics

“Biobased is nog een kleine markt, maar over vijf jaar zijn veel nieuwbouwwijken houtbouw. Technisch kan bijna alles, de grootste uitdaging zit ‘m vooral in processen en mindset.”

Daan Bruggink, Founder & architect ORGA architect

Meer informatie?

Stuur een mail

© Foto’s ORGA projecten: Rubenvisser.com | © Portretfoto Daan: Sara Donkers