Skip to main content

We belichten de ontwikkelingen rondom houtbouw

door experts ‘in de houtgreep’ te nemen.

Van de Duitse bossen tot de Zuidas: Johan-Paul werkt met het Duitse DERIX aan de toekomst van houtbouw. Met ons deelt hij zijn blik op de markt, veranderende regelgeving en innovaties. Een gesprek over de rem op hun groei, wel of niet hoog bouwen, hoe Duitsers naar ons kijken en wat McDonalds met biobased lijm te maken heeft.

Eindelijk, Johan-Paul in de houtgreep. We vroegen je twee jaar geleden al. Waarom duurde het zo lang?

“Dat komt volledig voor rekening van de toenemende vraag naar houtbouwprojecten. Zo hebben we inmiddels SAWA in Rotterdam gerealiseerd. Dat was een geweldig project om te maken, maar het was ook intensief en is jarenlang bepalend geweest in onze agenda’s. Het was in alle opzichten een uitdaging. Om te bouwen, maar ook om de vergunningen te krijgen. Maar het is gelukt: het gebouw staat er!

Voor mij persoonlijk was SAWA echt een mooie ervaring. Ik ben er supertrots op, ook al moest ik daardoor soms nee zeggen tegen aanvragen als deze.”

Houtbouw blijft dus uitdagend. Hoe kijk jij als directeur van de Nederlandse DERIX vestiging naar de markt op dit moment?

“Ik moet eerlijk zeggen dat ik uitermate goed gemutst ben. SAWA was pittig, maar ook wel echt een vernieuwend project, waardoor we heel veel kennis hebben opgedaan. Die ervaring nemen we nu al mee in andere projecten, waardoor we veel sneller stappen maken. Daarnaast zien we nu ook de vraag naar met name meerlaagse woningbouw echt toenemen.

Aan de andere kant weet ik ook dat dit niet voor elk bedrijf geldt op dit moment. Als je bijvoorbeeld afhankelijk bent van grondgebonden woningen, dan kan je het nu best lastig hebben. Dat geldt dus niet voor ons, wij hebben een mooie en diverse orderportefeuille: van zorgwoningen tot kantoren en woningbouw in vier tot vijf lagen. Dat zijn projecttypes die goed passen bij houtbouw.”

Zeg je daarmee dat je met houtbouw eigenlijk niet hoger de lucht in moet?

“Dat zal je mij nooit horen zeggen, maar we praten wel vaak over het hoogste en het grootste project. Terwijl er ook nog een hele opgave ligt bij woningbouwprojecten van vier à vijf lagen én er op dit moment best wat problemen spelen op bepaalde gebieden.”

Dan doel je op het tergende trio vocht, brand en akoestiek?

“Ik houd het dan bij het duivelse duo: vocht en brand. Akoestiek zie ik eigenlijk niet meer als een probleem. Ik heb daar heel veel comfort bij vanuit de projecten die we de laatste jaren gemaakt hebben. Maar ook vocht is best goed beheersbaar, zeker voor projecten van vier à vijf bouwlagen.”

(tekst gaat verder onder kader)

SAWA

Het vijftig meter hoge houten woongebouw ‘SAWA’ in Rotterdam, waarvoor DERIX al het CLT en gelamineerd hout heeft geleverd. Ontworpen en gebouwd vanuit maximale circulariteit, biodiversiteit en CO₂-reductie: in het houten gebouw zit 4800 ton CO₂ opgeslagen. Voor elke gekapte boom zijn vier bomen van verschillende soorten teruggeplant. Verdere toegepaste materialen zijn zo veel mogelijk biobased en voorzien van een materialenpaspoort. Medio 2025 wordt SAWA opgeleverd. (Foto’s: © NICE Developers/ERA Contour)

"Ik ken Duitse collega’s die onze projecten als referentie gebruiken bij de inschrijving van tenders."

Waarin verschillen jullie met andere CLT-fabrieken in Europa?

“Er zijn meerdere goede buitenlandse bedrijven die mooie projecten in Nederland maken, maar zeker als het complex wordt weten mensen ons te vinden. Dat maakt ons in die zin wel de grootste in uitdagende houtbouwprojecten met CLT. Onze CLT-fabriek in het Duitse Westerkappeln is bovendien een van de modernste fabrieken van Europa.

Kijk je naar gelamineerd hout, dan zijn wij zéker marktleider. En dat is handig bij zo’n project als SAWA, omdat we zowel gelamineerd hout als CLT kunnen produceren.”

Leveren jullie dan alleen de houtproducten, of begeleiden jullie ook de toepassing ervan in het project?

“Sterker nog, dat laatste is de rol die we met name vervullen. Eigenlijk zijn wij helemaal geen leverancier van plaatmaterialen, eerder een projectorganisatie. Wij adviseren, engineeren, leveren en monteren. Bij het type projecten dat wij maken bestaat een groot deel van mijn werk eigenlijk uit het aan de voorkant adviseren van architecten, ontwikkelaars en aannemers.

Doordat we met onze kennis over de beperkingen en aandachtspunten van houtbouw al heel vroeg worden betrokken in een schetsontwerp, worden bouwprojecten ook haalbaar.”

Kennis die welkom lijkt in een land waar massieve houtbouw relatief nieuw is. Zijn we daardoor in Nederland ook voorzichtiger met houtbouw dan landen die er al langer mee bezig zijn?

“Ik denk dat wij over het algemeen in Nederland juist veel meer lef hebben. Wij zitten met onze fabrieken in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen en daar mocht je jarenlang maximaal drie bouwlagen bouwen in hout volgens hun bouwbesluit. Dus toen wij in Amsterdam met het project Stories (Olaf Gipser Architects) tien bouwlagen de lucht in gingen, vielen ze in Duitsland stijl achterover. Een ander voorbeeld zijn de liftschachten, die doen wij ook regelmatig in CLT. In Noordrijn-Westfalen staat de regelgeving dat niet toe. Wij doen dat gewoon in Nederland, zonder eerst een kleinere tussenstap te nemen.

Wij kijken vaak naar Duitsland, maar ik weet dat de Duitsers inmiddels ook heel vaak naar Nederland kijken en zien dat wij – samen met andere leveranciers – echt goed bezig met projecten als DPG Media, Triodos Bank, SAWA, Valckensteyn et cetera.

Ik ken zelfs Duitse collega’s die onze projecten als referentie gebruiken bij de inschrijving van hun tenders.”

(tekst gaat verder onder kader)

Houten wagenwielen

Volgend jaar bestaat het Duitse familiebedrijf honderd jaar. De opa van Markus Derix, de huidige eigenaar, begon ooit met het maken van houten wielen voor de wagens. Van daaruit is de ervaring opgedaan met het buigen en aan elkaar maken van hout. Kort na de oorlog begon DERIX met het produceren van gelamineerd hout en vele jaren later – inmiddels een jaar of twintig geleden – werd pas begonnen met het maken van CLT. Het bedrijf heeft geen eigen bossen, maar gebruikt lokaal hout uit de bossen in het Sauerland.

● Onder: De kunst van het hout buigen was het begin van het bedrijf dat 100 jaar later een van de Europese koplopers zou worden. © DERIX

Bij SAWA had je te maken met opdrachtgevers die uit overtuiging met hout willen werken. Is dat altijd zo?

“De meeste van onze projecten komen wel voort uit de overtuiging dat het echt anders moet, dat we een opgave hebben, dat we onze duurzaamheidsdoelen moeten halen. Alleen bij aannemers zie je nog wat vaker dat de prijs de boventoon voert. We krijgen geregeld de vraag wat een vierkante meter CLT kost, terwijl het helemaal geen zin heeft om er op die manier naar te kijken. Als je het vanuit dat vertrekpunt benadert, dan verliezen we het altijd van een vierkante meter beton of kalkzandsteen. Wij maken liever een totaalprijs vanuit overtuigende argumenten.”

Wat is dan jouw pitch om zo’n aannemer alsnog voor je te winnen?

“We vragen ze dan om eerst even hun stukken naar ons sturen om te kijken of het project überhaupt geschikt is voor hout. Het heeft namelijk geen zin om in een betonontwerp dat grijze kleurtje bruin te maken. We proberen dan te beargumenteren waarom houtbouw de betere keuze is en welke aanpassingen in het schetsontwerp daarvoor nodig zijn. De overspanning van vloeren en de keuze van het vloersysteem zijn daarin bijvoorbeeld heel bepalend. Er is veel te zeggen om voor houtbouw te kiezen, maar het duurzaamheidsargument blijft de meest overtuigende.

Soms is de conclusie ook gewoon dat het ontwerp van een gebouw minder geschikt is voor hout. Zonder arrogantie zullen wij dan eerder onze energie steken in opdrachtgevers die zich vanuit hun duurzaamheidsovertuiging bij ons melden. Die passen beter bij ons.”

Dat klinkt als een luxe. Kan je zeggen dat jullie gevulde orderportefeuille een teken is dat massieve houtbouw ‘here to stay’ is in ons land?

“Ik denk zeker dat het voorbij de hype is en dat het zelfs mainstream kan gaan worden. We gaan de komende jaren nog zoveel van elkaar leren, dat we echt bedreven gaan zijn in houtbouw. Akoestiek bijvoorbeeld, dat was zeven jaar geleden toen we Stories bouwden nog enorm spannend. Nu heb ik daar écht comfort bij.

Ik verwacht dat we dat de komende jaren ook op brand en vocht gaan bereiken. Die ontwikkelingen staan ook niet stil. We moeten nu even door een lastige fase, waarbij we nu wel zien dat met name de hogere houtbouw projecten vanuit de verzekeraar in de ijskast gaan of toch deels met staal en beton worden uitgevoerd.”

Is dat voor jullie ook de grootste rem op groei?

“Nee, ik denk dat de woningbouw van vier of vijf lagen hier minder last van heeft en blijft groeien. Waar wij wel tegenaan lopen is het tekort aan vakkundige mensen. Op dit moment bepaalt engineering het type project en de hoeveelheid projecten die wij aankunnen. En dat zijn er minder dan wij zouden willen aannemen. Daar zit nu bij ons de grootste blokkade.

Wij hebben zelf engineers op kantoor zitten en we halen zoveel mogelijk constructeurs en tekenaars uit ons eigen netwerk, maar dat is slechts een kleine groep die de juiste professionele kennis beheerst. In tegenstelling tot de beton- en staalsector gaat het bij houtbouw echt om de details.”

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

● Onder: Het in 2021 opgeleverde ‘Stories’ (Olaf Gipser Architects). Houten hoogbouw waarvan Duitsland achterover valt. Bekroond met o.a. de BNA Best Building of the Year 2022 . (© foto: DERIX)

Juist in de detaillering gaat het met enige regelmaat ook mis, wat de tegengeluiden voedt.

”Ja, dat is doodzonde, vooral omdat het onnodig is. Maar ik zie het als een fase die afdwingt dat er meer helderheid komt over hoe te bouwen onder welke regelgeving.

Neem die NTA 6125 over brandveiligheid. Je kunt het zien als een blokkade of een probleem voor houtbouw, maar je kunt het ook benaderen als een goede ontwikkeling, omdat er eindelijk iets komt vanuit een toetsende instantie waar je je aan vast kunt houden. En datzelfde geldt voor het vochtprobleem waar verzekeraars mee worstelen. We zouden op dat gebied al zoveel kunnen winnen als alle partijen zich er beter bewust van zouden zijn dat hout en vocht geen vrienden zijn en dus snappen welke maatregelen ze moeten nemen.”

Mag ik daarmee noteren dat jij voorstander bent van de NTA 6125?

“Je kunt de inhoud ervan op dit moment nog best betwisten. Het gaat niet alleen over veiligheid, maar ook over wat er overblijft na een brand. Dat biedt geen eerlijk speelveld tussen beton en hout als je het mij vraagt. Persoonlijk hoop ik dan ook dat die scherpe kantjes er nog een beetje vanaf gaan.

Ik zie wel de nut en noodzaak van dit soort regelgeving omwille van duidelijkheid. Uiteindelijk hebben we allemaal als doel om goede houtbouw te realiseren. Als ik dan terugkijk naar hoelang de trajecten met de gemeente Rotterdam waren voor SAWA, doordat er gewoon geen regelgeving is, dan kan zo’n NTA of een goed protocol van vochtbeheersing de boel versnellen en kwaliteit verbeteren.”

Er wordt ook gewerkt aan een nieuwe BRL, kunnen jullie je als fabrikant daarin vinden?

Dat is niet helemaal mijn specialisme moet ik zeggen, maar ik heb meegelezen en ben ook hierbij wel wat sceptisch over de inhoud in alle eerlijkheid.

Er is natuurlijk een ETA, een vrijblijvende Europese technische toelating die elke leverancier heeft. Die legt bij alle partijen vast wat de kwaliteiten en de prestaties zijn van het CLT en naar aanleiding daarvan wordt ook geproduceerd. Dan zie ik het wel moeilijk worden als wij voor Nederland aanvullende eisen gaan stellen.

Een concreet voorbeeld: er staat in dat deklamellen een houtvochtpercentage moeten hebben van 10%. Dat staat niet in de huidige ETA’s. Dat betekent voor grote fabrieken dat je speciaal voor Nederlandse projecten in staat moet zijn om de productie anders te kunnen inrichten. Dat vind ik wel een spannende.

Bij gelamineerd hout is er ook een BRL 1701. Dat vind ik wel een goede toevoeging, want die geeft met name heel veel inzicht over randvoorwaarden hoe je hout in het buitenklimaat moet toepassen. Dat doet de CE bijvoorbeeld niet.

Al met al ben ik niet tegen de nieuwe BRL, maar ik hoop alleen dat we ons landje geen status aparte gaan geven. De producenten in Nederland doen mooie dingen en qua volume doen we het best aardig, maar we blijven een klein land dat relatief nog niet echt impact maakt met CLT.”

En dan speelt er ook nog een nieuwe Eurocode deel 3.

“Klopt, en die gaat meer inzicht geven in bijvoorbeeld vochtbeheersing. Hoe ga je het bouwen? Wat zijn de toleranties? Daar is nog helemaal niks voor vastgelegd.

Binnen beton weten we allemaal of een kolom recht gemonteerd moet worden, of ook centimeters scheef mag staan. Die toleranties hebben we daar in veertig jaar wel goed ingericht, maar bij een houten kolom accepteren we dat niet. Dan kijken we ernaar alsof het een meubelstuk is.

In die zin kijk ik ook wel uit naar regelgeving zoals Eurocode. Dat zou het veel makkelijker gaan maken in de toekomst.”

(tekst gaat verder onder de foto)

● “In tegenstelling tot de beton- en staalsector gaat het bij houtbouw echt om de details.” (© foto: NICE Developers)

"Ik denk dat bij constructeurs nog wel een stap in kennis te maken is."

Naast al die regelgeving heb je nog de Bbl, de MPG en allerlei keurmerken. Word je soms niet dizzy van die stapeling van regelgeving?

“Nou, wederom zonder arrogant te klinken, bij DERIX kunnen wij dat wel handlen. Ikzelf zit ook al 25 jaar in het vak. Maar in het relatief nieuwe en kleine houtbouw wereldje van Nederland zijn er ook veel kleine bedrijven die niet de capaciteit en mankracht beschikbaar hebben om zich de hele dag bezig te houden met regelgeving. En dat is dat is echt een verschil met de gevestigde beton en staalsector.”

Certificering is geen verplichting, dus je kunt er ook voor kiezen om het niet te doen.

“Dat kan theoretisch, maar in praktijk worden certificeringen vaak als eis meegenomen in aanvragen. Niet voor niets, want het toont aan dat je voldoet aan alle wet- en regelgeving. Dat maakt certificering echt wel zinvol. Wij hebben bijvoorbeeld CE en KOMO op veel van onze producten. Dan hebben we het vooral over gelamineerd hout. Op CLT zit nog geen KOMO, dat wordt nu in die nieuwe BRL meegenomen.”

Stel, jij mag één wet- of regelgeving aanpassen die houtbouw bevordert, welke kies je?

“Als ik iets moet noemen, dan maak ik mij wel een beetje zorgen om de grotere gebouwen als die NTA doorgaat zoals het nu wordt ingericht. Daar zou ik nog wel graag wat aanpassingen in willen. Niet én een sprinklerinstallatie, én een andere lijm, én inpakken, et cetera. Daar gaan we anders met z’n allen echt last van krijgen.

Dat neemt niet weg dat ik nog hoop heb hoor, want er wordt vanuit alle hoeken van de sector door vakkundige mensen meegekeken en meegeschreven, onder andere door ons. Maar zoals gezegd is regelgeving op dit moment voor onze business geen blokkade. Onze zorg ligt veel meer in het vinden van voldoende vakkundige mensen.”

Wat is jouw beeld van het vakkennis-niveau bij houtbouwers in Nederland?

“Dat verschilt erg per project. Zonder namen te noemen zie ik bij grote constructeurs met meerdere vestigingen in het land, diverse personen lopen met een enorm niveauverschil. Ik kan het niet over één kam scheren, maar ik denk dat bij de constructeurs nog wel een stap in kennis te maken is. Het is belangrijk om die kennis bij hen te verbreden, want zij zijn – naast architecten – een belangrijke speler.

Gelukkig gebeurt er ook veel op opleidingsgebied op dit moment. Denk bijvoorbeeld aan PAO, Centrum Hout, VHC, Nieman, SHR. Die organiseren allemaal cursussen houtbouw en die worden goed bezocht.

En ja, je ziet dat er ook steeds meer nieuwe partijen op de houtbouw-trein stappen en gelijk beginnen met hele grote projecten. Dat vind ik niet altijd verstandig. Ik gun iedereen het beste, maar begin klein als je nog weinig ervaring hebt met hout.”

Game changers

“Het waarderen van de CO₂ in constructies van houten gebouwen – waar Sacha Brons mee bezig is – wordt heel belangrijk. Hopelijk wordt dat straks dan ook in de MPG meegenomen. Als we CO₂ in geld gaan uitdrukken en er een handelsmarkt in CO₂ komt, dan denk ik dat dat een echte game changer gaat zijn.

Als je game changers meer zoekt in een concrete productinnovatie, dan denk ik aan biobased lijm. Sinds anderhalf jaar hebben wij een lijm die al voor 70% biobased is. Dus die kleine één procent lijm die gebruikt wordt is voor het grootste deel al biobased en gecertificeerd. De hofleverancier is McDonalds zeg ik altijd gekscherend, omdat de lijm gemaakt wordt met een restproduct vanuit frituurvet.

Ook circulair bouwen met hout wordt steeds belangrijker. Om die reden hebben wij in 2021 als eerste houtbouwbedrijf een terugnamegarantie geïntroduceerd: indien mogelijk nemen wij een houtconstructie na zijn levensduur terug om deze te kunnen hergebruiken. We werken hiervoor samen met Madaster om via materiaalpaspoorten het hergebruik van onderdelen te bevorderen. Dit is tot nu toe nog niet aan de orde geweest, want die gebouwen staan er allemaal nog.

We hebben wel een belangrijke rol in het circulaire project Circl, het paviljoen op de Zuidas wat inmiddels gedemonteerd is en elders een nieuwe bestemming gaat krijgen. Binnenkort wordt bekendgemaakt waar dat zal zijn. Dat is weliswaar niet zo leuk voor de mensen die in Circl werkten, maar feitelijk heb je hier een fantastische circulaire case in handen die een ander groot voordeel van houtbouw laat zien: dat je een gebouw remontabel kunt bouwen, ontmantelen en ergens anders weer neer kan zetten. Ook hier doen we weer veel kennis op die we kunnen toepassen bij meer van dit soort projecten.”

Johan-Paul Borreman, Directeur DERIX Nederland.

Meer informatie?

Stuur een mail

© Beeldmateriaal: Nice Developers / ERA Contour / DERIX.