Skip to main content

We belichten de ontwikkelingen rondom houtbouw

door experts ‘in de houtgreep’ te nemen.

Nu we versneld moeten bouwen, is modulaire houtbouw een uitkomst. Toch juicht Barli-directeur John van der Doelen niet te vroeg: “We bouwen veel voor tijdelijke locaties, waardoor ‘tijdelijk’ onterecht gekoppeld wordt aan de levensduur. Terwijl ons concept juist kneedbaar en kwalitatief hoogwaardig is.”

John, wat gebeurt er als jij het woord ‘flexwoningen’ hoort?

“Dan krijg ik rode vlekken in mijn nek. Soms gebruik ik het woord omdat anderen begrijpen wat ik ermee bedoel. Maar eigenlijk wil ik ervan af. De term roept bij veel mensen namelijk de verkeerde associaties op. Ze denken aan ‘tijdelijk’ en dus aan gestapelde containerwoningen. Ook associëren ze ‘flex’ met rommel, even snel neergezet voor bewoners die overlast veroorzaken. Het is allemaal niet terecht.

Het is overigens wel te begrijpen vanuit het verleden. Op tijdelijke plekken staan soms woningen die er echt niet uitzien. En er is niet altijd goed nagedacht over de mensen die er werden gehuisvest. Een prettige wijk begint bij de bewoners. Een mix van mensen zorgt voor leefbaarheid. Zorg dus dat je tegemoetkomt aan de woonwensen van verschillende mensen, en dat een doorsnede van de woningzoekenden in een nieuwe wijk terechtkomt. Daar moeten we in Nederland veel beter bij stilstaan. Zeker nu steeds meer woningen zoals wij ze bouwen, terechtkomen op tijdelijke plekken. Want dat zijn permanente woningen. En stel dat het straks toch handig blijkt om ze langer te laten staan, dan is het voor iedereen prettig als er intussen een fijne buurt is ontstaan.”

Toch zal het modulair bouwen niet slecht uitkomen dat in deze tijden de nadruk in de bouw op tempo ligt.

“Inderdaad. En dat is ook een groot pluspunt van een modulair concept. De doorlooptijd voor het bouwen van een woning is bij ons vier weken. Maar snelheid is niet alles. Bij Barli maakten we in een ver verleden schaftketen en andere mobiele objecten. We waren gewend om efficiënt en snel te werken. Toen we de vertaalslag naar woningen maakten, merkten we dat kwaliteit minstens zo belangrijk is. Daar zijn we ons steeds meer op gaan focussen.”

Nu is kwaliteit een rekbaar begrip. Wat is jullie maatstaf hierbij?

“Enerzijds gaat het om duurzaamheid. We bouwen volgens Bouwbesluit, dus onze houten woningen zijn energiezuinig en gaan lange tijd mee. Verplaatsen is makkelijk en ze zijn eenvoudig uit elkaar te halen, dus circulair. En we werken aan een variant die honderd procent biobased is.

Maar onder kwaliteit versta ik ook: esthetische kwaliteit, want ons concept is niet vastomlijnd maar ‘kneedbaar’. Uiteraard zorgt modulair bouwen voor beperkingen. De voornaamste is de afmeting van de modules: die mogen niet breder zijn dan 4,5 meter en niet langer dan 15 meter zodat ze fatsoenlijk over de weg te vervoeren zijn. Los daarvan kan er ongelofelijk veel. De modules zijn op allerlei manieren te stapelen en aan elkaar te verbinden. Qua vorm en materiaal kunnen we de gevels naar wens uitvoeren. Een hoogwaardige uitstraling is daardoor heel goed mogelijk.”

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

● Onderstaande afbeelding: De nieuwe modelwoning van Barli is klaar voor transport (© fotografie: Thomas Segers).

"Opschalen lukt eigenlijk alleen met een concept dat zich bewezen heeft."

‘Kneedbaar’ en modulair gaan dus samen?

“Absoluut. Eigenlijk is dat niet eens erg nieuw. Als je kijkt naar allerlei soorten stenen rijwoningen in Nederland, dan is de plattegrond achter de gevel nagenoeg hetzelfde. Het standaardiseren daarvan is in feite een kleine stap. En om eenheidsworst te voorkomen, zorgen we voor opties.”

Het blijven wel houten gevels toch?

“Dat hoeft niet hoor. Er is ook een optie met een soort kliksteen die je aan de houten gevel vastmaakt. Dat ziet eruit als baksteen. We hebben keramische gevels, stucwerk is mogelijk, en er komen steeds meer nieuwe materialen bij met een eigen uitstraling. Daarbij kijken we naar lokaal geteelde grondstoffen: van land tot pand. We zijn bijvoorbeeld goed bezig met plaatmateriaal gemaakt van lisdodde. Al moet ik er wel bij zeggen dat we daarbij tegen regelgeving aanlopen. Opschalen lukt eigenlijk alleen met een concept dat zich bewezen heeft.”

En hoe zit het met inpassen?

“Hout kan uitstekend naast baksteen. We zijn het in Nederland alleen nog niet gewend. Rond monumentale panden moet je uiteraard voorzichtig zijn. Een gebouw dat al 300 jaar meegaat, kan misschien nog wel 300 jaar mee. Dat is per definitie duurzaam, dus zo’n monument moet het uitgangspunt zijn bij alles wat je er omheen zet.

Maar als je kijkt naar veel stenen woningen uit de jaren zeventig… het verduurzamen daarvan kost zó veel geld dat nieuwbouw vaak een logischer optie is. Dan loop je alleen tegen het sociale aspect aan. Bewoners willen vaak in hun vertrouwde wijk blijven wonen. Maar ook daarbij kan modulaire houtbouw uitkomst bieden.

De traditionele methode is: de hele wijk platgooien en in één klap vernieuwen. Want dat is het goedkoopst. Ook heeft het te maken met de inrichting van de bouwplaats. Ga je voor modulaire woningen? Dan kun je op veel kleinere schaal werken. Je kunt stap voor stap vernieuwen, waardoor bewoners maar kort elders hoeven te verblijven en dezelfde buren terugkrijgen. Bovendien kun je bouwen naar de wens van de bewoners.

In sommige oude wijken hebben woningen nog erg grote tuinen. Daar wonen soms ouderen die liever naar een appartement in de buurt willen verhuizen, maar die appartementen zijn er niet. Die plekken zijn ideaal om te verdichten, daar kun je stapelen. Laat er een goede architect op los en je krijgt een prachtig resultaat. Ik denk aan Juf Nienke op IJburg, ontworpen door Thomas Rau en SeARCH – toch niet de minsten. Qua locatie is dat trouwens ook een erg interessant project. Alles staat daar door elkaar: nieuw, oud, steen, hout. Werkt prima!”

Juf Nienke

“Op het Centrumeiland van IJburg in Amsterdam is in april 2023 Juf Nienke opgeleverd: een project met 61 huurwoningen, waarvan er 30 bedoeld zijn voor leraren of andere mensen met een sleutelberoep. Het is een architectonisch en bouwtechnisch hoogstandje geworden. Bovenop een transparante plint hebben we vijf lagen houten modules gestapeld. Rondom de entree verspringen ze, zodat de gevel een bijzondere uitstraling heeft.

Juf Nienke won niet voor niets de internationale architectuurprijs ‘A+Award’. Het is tevens genomineerd voor de Nationale Houtbouwprijs én als Woongebouw van het Jaar 2023.”

● Onderstaande afbeeldingen: Juf Nienke, Amsterdam-IJburg (© fotografie: Stijn Poelstra).

Hoe gaat dat, samenwerken met architecten?

“Prima, we kunnen samenwerken met iedereen. Het beste is wel als we vanaf het begin met elkaar kunnen meedenken. Daarom laten we graag zien hoe wij bouwen. In onze hallen in Uden leiden we voortdurend mensen rond. Ook veel niet-architecten trouwens, want we hebben nog wel wat missiewerk te verrichten onder opdrachtgevers, ontwikkelaars en overheden.

We willen daarin soms sneller dan de markt. Maar er zijn ook hele mooie ontwikkelingen, zoals de stap naar typegoedkeuring van modulaire woningen. Dat proefballonnetje liet Aedes-voorzitter Martin van Rijn op tijdens de officiële opening van onze nieuwe woningfabriek in 2022. Inmiddels zijn we een pilot gestart op ons woningproduct, samen met zes andere bouwers. Dat gaat zorgen dat we modulaire projecten straks sneller door de bouwplantoetsen heen loodsen.”

Hoe moet het nou verder met het imago?

“Het blijft een kwestie van juist framen. Wij moeten zelf vooral de goede voorbeelden laten zien, want als iets niet in de etalage staat, kun je het niet kopen. Dat is geen punt, want er zijn voorbeelden genoeg. Buurtschap Te Veld in Eindhoven bijvoorbeeld. Snel bouwen is daar nog wel de achterliggende gedachte, maar vanuit een kleine schaal. Binnen de wijk komen kleinere buurten, en de wensen van bewoners staan centraal. Zo komen er ook kleinere, betaalbare woningen, want de behoefte daaraan groeit aan alle kanten.

Een ander voorbeeld is STEK in Den Bosch. Daar hebben de bewoners een soort sollicitatieprocedure doorlopen om er te mogen huren. Het is een wijk ‘waar je duurzaam woont mét je buren’, dus bedoeld voor gelijkgestemden. Dat betekent iets voor de bouw. De modules zijn op zo’n manier met de voordeuren naar elkaar toe geplaatst, dat er pleintjes ontstaan. Dat stimuleert de bewoners om samen dingen te ondernemen.

Kortom, bouwen begint met een goede planning: sociaal en ruimtelijk. Wie wil je huisvesten? En wat willen die mensen? Dan volgt het ontwerp. Bouw je vervolgens met houten modules, dan ben je voorbereid op de toekomst. Je kunt woningen makkelijk verplaatsen en aanpassen, en de kwaliteit is in alle opzichten zodanig hoog dat de kans groot is dat ze nog héél lang blijven staan.”

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

● Onderstaande afbeelding: STEK, Den Bosch (© fotografie: Barli).

Bereikt 'een Barli' ooit de monumentenstatus?

“Het zou me niets verbazen. Dan zetten we er over honderd jaar eentje in het Openluchtmuseum in Arnhem, als icoon voor de oplossing van de wooncrisis in de jaren ’20. Ik ben ervan overtuigd dat het kan. Onze houtbouw woningen blijven honderd jaar mooi.”

John van der Doelen, Directeur Barli.

Meer informatie?

Stuur een mail

© Foto header: Barli