We belichten de ontwikkelingen rondom houtbouw
door experts ‘in de houtgreep’ te nemen.
Oscar, nu wij jou toch klemvast hebben, kan je de lezer eerst even uitleggen waar het onderscheid – dan wel de overlap – bij SKH en SHR in zit?
“SKH is een certificeringsinstantie die certificeert op basis van normen. Zij houdt onder meer toezicht op productielocaties en is ook de grootste FSC-certificeerder van Nederland. SHR is juist betrokken bij testen, ontwikkelingen en inspecties, waardoor zij bijvoorbeeld ook meer met de fouten in de bouw worden geconfronteerd. De twee bedrijven vinden elkaar in het product hout.
Veel van de testen die SHR doet voor de houtverwerkende industrie en toeleverende industrieën, zoals bijvoorbeeld de verfindustrie, worden gebruikt voor het certificeren van producten. Voldoet een product aan de technische eigenschappen zoals vastgelegd in een norm, dan kan SKH dit gebruiken als onderbouwing voor de certificatie van deze producten. Er wordt op dit momenteel bijvoorbeeld veel onderzoek gedaan naar biobased verf en nieuwe houtsoorten voor de timmerindustrie. SHR onderzoekt of deze producten voldoen aan de technische eisen en SKH audit vervolgens of alles aan de productiekant wel klopt.”
Beiden bedrijven maken zich dus druk om de kwaliteit van houtbouw-producten. Wat wordt er zoal door SKH gecertificeerd? Het product van een bedrijf, het bedrijf zelf, of beiden?
“Dit is afhankelijk van de norm waarlangs gecertificeerd wordt. Je kunt je hele bedrijf langs de lat van ISO leggen, jouw specifieke processen laten certificeren of jouw producten laten certificeren. Denk aan KOMO-gecertificeerde producten als houten ramen, deuren en kozijnen. In zo’n geval dient het product te voldoen aan een technische specificatie, zoals is opgenomen in de betreffende norm, en aan de eisen die gesteld worden aan het productieproces, de kwaliteitscontrole en verschillende procedures. Maar het blijft niet bij die momentopname, want jaarlijks vinden er dan ook nog controles plaats. In sommige gevallen tot wel 6x per jaar!
En dan heb je nog certificeringen rond de Chain-of-Custody regeling, waarbij een uitspraak wordt gedaan over het gebruik van het hout uit duurzaam beheerde bossen. Naast de bekende FSC- en PEFC-certificeringen bieden wij in dat kader ook nog een STIP-certificering aan. Die verschilt in die zin van FSC en PEFC dat het geen certificering op productniveau is, maar op bedrijfsniveau. STIP garandeert je dat je zakendoet met een bedrijf dat enkel en alleen (FSC- en/of PEFC-) hout uit duurzaam beheerde bossen verwerkt, met het voordeel dat je als klant niet per levering hoeft te checken of het product of de factuur wel is gemarkeerd met het juiste certificaatnummer en logo. Iets dat je bij alle andere productcertificeringen wel altijd moet controleren.”
Waarom zou ik überhaupt als marktpartij voor een certificering gaan?
“Voor marktpartijen is certificering de smeerolie om snel en vertrouwd te kunnen handelen. Een certificeringsregeling wordt namelijk opgesteld door all parties concerned (o.a. klanten en leveranciers). Uiteindelijk zitten er daardoor niet alleen de relevante wettelijke eisen in de regeling, maar ook private eisen die de uiteindelijke kwaliteit van het product bepalen.
Om een voorbeeld te geven: voor houten kozijnen zijn er naast de wettelijke wind- en waterdichtheidseisen of eisen voor inbraakwerendheid, ook eisen aan lijmen, lijmverbindingen, toe te passen houtsoorten, verfsystemen en dergelijke toegevoegd. Klanten hoeven dus niet meer zelf na te denken over relevante eisen, maar kunnen simpelweg verwijzen naar de certificering. Een gecertificeerd product moet aan deze eisen voldoen. Mocht dit om wat voor reden dan ook niet het geval zijn, dan kun je met de regeling in de hand snel tot oplossingen komen zonder een oeverloze discussie over wat je als klant had mogen verwachten.
En met de nieuwe Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (WKB) die dit jaar is ingegaan is certificering ook belangrijker geworden, omdat er nu per bouwwerk aangetoond moet worden dat voldaan wordt aan wet- en regelgeving. Hoeveel makkelijker gaat dat aantonen als je een certificaat kunt overleggen in plaats van dat een borger, voor bijvoorbeeld ieder kozijn dat je levert aan een aannemer, jouw productieproces komt controleren.”
(tekst gaat verder onder de afbeelding)
● Onder: Productcontrole in de praktijk.
"Ik vind het ontluisterend dat sommige bedrijven een afgetest product al wel op de markt hebben."
Als ware het een garantie?
“Ja, het geeft je zekerheid dat een bedrijf aan de benodigde eisen voldoet, wat overigens niet per definitie betekent dat je blind moet varen op wat het bedrijf levert. In veruit de meeste gevallen gaat dat gewoon goed, maar het is verstandig om – net als bij de bekende duurzame houtherkomst-regelingen als FSC en PEFC – altijd even een dubbelcheck te doen. Je kunt op het product, de verpakking of de factuur zien of je ook daadwerkelijk een gecertificeerd product hebt gekregen.
In de supermarkt doe je eigenlijk niets anders; als je alleen op het uiterlijk aan de voorzijde afgaat en je checkt niet de ingrediëntenlijst op de achterzijde, kan je alsnog bedrogen uitkomen. Altijd even een laatste check doen dus om te zien of je krijgt wat je verwacht te krijgen.”
Als certificeren zo officieel en waardevol is, dan zal het ook wel een ingewikkeld en lang traject zijn?
“Dat valt reuze mee. Okay, je krijgt het niet cadeau bij een vegetarische rookworst, maar het is ook echt niet zo ingewikkeld. Je weet dankzij de certificeringsgrondslag precies aan welke eisen en prestaties je moet voldoen. Als kandidaat-gecertificeerde partij moet je in je fabriek een kwaliteitssysteem implementeren, zodat je voortdurend in staat bent het product waarvan je hebt aangetoond dat het voldoet, te (re)produceren. Het product zelf wordt ook getoetst om te zien of het voldoet.
Bij dat laatste gaat het bij kandidaten overigens nog vaak mis. Vol zelfvertrouwen stuurt men dan hun product op ter toetsing, waarna het ongeloof vaak groot is als het niet met een voldoende door de test komt. Dat betekent dat men in dat traject bereid moet zijn om te willen leren en soms ook om producten en/of processen aan te passen.
Die afgeteste gevallen vind ik wel ontluisterend, als je weet dat sommige bedrijven die willen certificeren al langere tijd een dergelijk product op de markt hebben waarmee blijkbaar gebreken kunnen ontstaan. Daarnaast is er ook een grote groep die dat niet willen certificeren, omdat ze – zonder de juiste bewijsvoering – vol vertrouwen zijn over hun geleverde product. Dat baart me wel zorgen.”
Maar certificeren is ook niet verplicht, dus als bedrijf kan je je die kosten en moeite besparen.
“Nee, het is inderdaad een vrijwillige aangelegenheid, maar nogmaals: met een certificaat kan men in de markt eenvoudig aantonen te voldoen aan wetgeving en private kwaliteitseisen. Niet-gecertificeerde partijen dienen zelf aan te tonen dat ze aansluiten aan bouwregelgeving en moeten de klant overtuigen dat hun product kwalitatief ‘okay’ is. Wat dat laatste dan precies betekent, is niet publiekelijk bekend en wordt vaak afgedaan met “wij doen dit al jaren op deze manier”. Daar zit een groot risico in voor beiden partijen dat kan uitmonden in een juridische conflictsituatie, waarbij je als klant niet hoeft te verwachten dat je heel sterk staat.
En wat de financiële kosten betreft geldt ook hier weer dat je het niet cadeau krijgt, maar in verschillende gevallen gewoon gebruik kan worden gemaakt van rapporten die bedrijven vaak al hebben. Voorwaarde is natuurlijk wel dat we nog steeds over hetzelfde product praten dat gecertificeerd wordt en dat de rapportage is gemaakt door een onafhankelijke partij.”
Is die eindklant dan ook niet een communicatiedoelgroep voor jullie? Als die steeds meer kiest voor gecertificeerde partijen, dan zullen de aanvragen bij jullie waarschijnlijk ook toenemen.
“Nu je het er over hebt misschien wel. Wij hebben ons altijd dienstverlenend opgesteld naar de markt, maar in de wirwar van certificeringsmerken kan ik me tegenwoordig goed voorstellen dat de consument – en zelfs beleidsmakers – geen idee meer hebben wat wat is.
Het is overigens niet ons doel om iedereen te ‘verplichten’ gecertificeerde producten te gebruiken, maar als er meer duiding is wat certificering inhoudt en wat er nu daadwerkelijk gecontroleerd wordt (of juist niet), kunnen consumenten de keuze zelf maken om gecertificeerde producten te kopen of zaken te doen met gecertificeerde partijen.
Voor ons is certificering in elk geval heel erg vanzelfsprekend. Wij weten waarop wel en niet gecontroleerd wordt en waar je dus op moet letten. In gesprekken met verschillende mensen is mij echter wel duidelijk geworden dat dit niet voor iedereen zo is. Zo worden er tenders uitgeschreven in Nederland waarin bepaalde verplichtingen worden opgenomen over het toepassen van hout uit duurzaam beheerde bossen, of geëist wordt dat een product KOMO-gecertificeerd is, maar de controle daarop blijft vaak afwezig. Het is bij ons bekend dat er projecten zijn gebouwd waarbij niet is voldaan aan die verplichting, puur en alleen omdat men niet weet wat er gecontroleerd moet worden. En dan is er dus niet met zekerheid te zeggen of er een kwalitatief hoogwaardig product geleverd is en of men wel echt duurzaam hout heeft gekregen.”
(tekst gaat verder onder de afbeelding)
● Onder: Naast kwaliteitsborging is kennis en kunde een speerpunt van SKH en SHR. Je kunt bij hen diverse professionele cursussen volgen, zoals over het realiseren van een duurzame gevelbekleding.

Wat was twee jaar geleden de reden om het platform ‘De Houten Waarheid’ op te zetten?
“Wij wilden voor iedereen die in zijn privé of werkende leven met houtbouw te maken krijgt de basiskennis over werken met hout op een toegankelijke manier beschikbaar maken. Je moet weten dat we zowel bij SKH als SHR zeer veel wetenschappelijke kennis in huis hebben, maar die artikelen en rapporten zijn niet per se makkelijk en snel tot je te nemen als je bijvoorbeeld een ambtenaar bent bij een lokale overheid en steeds vaker met houtbouw ambities van de gemeente en provincie te maken krijgt.
Een platform als De Houten Waarheid helpt daarbij door op een leesbare manier feiten, weetjes, interviews met experts en bewonerservaringen te delen.”
Er wordt ook wel eens gezegd dat certificering een rem is voor innovatie. Hoe pareer jij dat?
“Ik hoor die geluiden ook, maar zo heet wordt de soep niet gegeten. Beiden kunnen juist van elkaar profiteren. Persoonlijk vind ik het vrij onbestaanbaar om in innovatietrajecten fouten te maken die je simpelweg had kunnen voorkomen door bestaande kennis tot je te nemen. Opnieuw het wiel uitvinden met vallen en opstaan is voor mij geen innovatie, maar ik zie het wel te vaak gebeuren.
Dat certificering iets kan leren van sterk innoverende bedrijven is duidelijk, omdat nieuwe technieken en processen snel als optie moeten worden opgenomen, zodat deze innovaties makkelijk kunnen toetreden tot de markt. Dankzij onze ruim zestigjarige ervaring met houten (bouw-)producten, zijn er weinig risico’s die we bij de toepassing van dit biobased materiaal niet in beeld hebben. Detaillering, uitvoering en toepassing moeten bij biobased producten juíst goed op elkaar aansluiten om een duurzame toepassing te kunnen waarborgen.
En bedenk je ook dat wij al ruim vijfentwintig jaar houtskeletbouwsystemen certificeren. Een bouwvorm die zich – in weerwil van de sfeer van geitenwollensokken eind jaren tachtig – enorm heeft moeten bewijzen met onderzoeken, samenwerkingen en ontwikkeling van detailleringen. Deze worden binnen certificeringsregelingen geaccepteerd. Mede dankzij deze genoemde inspanningen is houtbouw inmiddels een geaccepteerde oplossing. Heel veel mensen wonen dan ook, zonder dat ze het zich bewust zijn, in een woning met houtbouw oplossingen, zoals binnenspouwbladen, scharnierdaken en dakkappellen.
Een ander tegenargument voor die ‘rem op innovatie’ is dat we met marktpartijen een ‘typekeur’ van volledige woonconcepten mogelijk gemaakt hebben, die voortdurend verder wordt uitgewerkt. En begrijp mij niet verkeerd: het begrip ‘typekeur’ is op dit moment weliswaar een innovatieve term waar veel mensen achteraanrennen, voor ons is het certificeren van een houtskeletbouwsysteem, een 3-D unit of een samenstel van 2-D oplossingen niets meer en niets minder dan een certificering van een samengesteld product. Dit bestond al.
Maar als gezegd, dankzij innovatieve bedrijven zijn we nu wel stappen verder aan het zetten om niet alleen over het constructief/bouwtechnische deel een kwaliteitsuitspraak te doen, maar ook over de installaties. Een mooie samenwerking van toeleveranciers en klanten om gezamenlijk te komen tot de eisen die in de certificeringsregeling moet komen.”
Worden jullie al in een vroeg stadium betrokken bij innovaties? Dat lijkt mij namelijk de versnelling van certificering ten goede komen.
“Juist gecertificeerde partijen zijn zich heel erg bewust van materiaalkeuzes en de wijze van produceren. Dit zijn ook de bedrijven die de trends in de smiezen houden en vooroplopen in de toepassing van zoveel mogelijk biobased materialen. Daarmee experimenteren zij en vragen vervolgens direct aan ons welke eisen men kan stellen, of wat men mag verwachten van deze nieuwe materialen. Men wil immers zeker weten dat ze materialen toepassen die steeds dezelfde prestaties leveren of blijven leveren.
Ofwel: innovaties lopen idealiter altijd hand in hand met certificatie om na acceptatie generiek te worden toegelaten in de certificeringssystematiek.”
Nu staan we aan de vooravond van een biobased revolutie over de hele ecologische breedte van bouwmaterialen. Merk je dat in het aantal aanvragen en/of testonderzoeken?
“Hout is natuurlijk een dijk van een voorbeeld van een biobased bouwmateriaal. Daarmee hebben we als SKH en SHR veel ervaring met het zo goed mogelijke vermijden van de risico’s die er zijn bij het toepassen van biobased materialen zoals de risico’s van vocht, schimmels, ongedierte of de invloed van bijvoorbeeld UV. Deze kennis wordt door de markt onderkend en dus zijn we betrokken bij ontwikkelingen in vlas, hennep en bijvoorbeeld bamboe en wordt dit volop door ons getest en beoordeeld.”
(tekst gaat verder onder de afbeeldingen)
Toetsing van kwaliteit wordt steeds belangrijker.
Naarmate biobased bouwen populairder wordt, groeit het belang van testen en inspecties (swipe >)
"Ik kan mij soms wel opwinden over de pionierstaal die wordt gebruikt. Alsof houtbouw nieuw en innovatief is en we in Nederland weinig ervaring zouden hebben."
Zijn jullie klaar voor de nieuwe biobased golf? Klaar om naast houtproducten de nieuwste zeewierplaten of schelpenisolatie te testen en te certificeren?
“De normen waaraan de producten moeten voldoen liggen er vaak al of kunnen met de marktpartijen aangepast of geschreven worden, dus laat maar komen.
Wij kunnen misschien niet alles zelf testen, maar hebben in ons netwerk vaak wel de ingangen bij andere instituten en universiteiten. Zo werken we constructief bijvoorbeeld veel samen met de TU in Eindhoven en geeft Wim de Groot van SHR hier bijvoorbeeld ook les in construeren met hout.”
Wat is jouw grootste ergernis met betrekking tot de transitie op dit moment?
“Kijk, dat er steeds meer hout in de bouw wordt toegepast is vanzelfsprekend een geweldige ontwikkeling. Het enthousiasme en passie in de markt is ook echt aanstekelijk, maar ik kan mij soms wel opwinden over de pionierstaal die daarbij wordt gebruikt. Alsof houtbouw nieuw en innovatief is en dat we in Nederland weinig ervaring zouden hebben.
Er wordt regelmatig door de ‘pioniers’ veel tijd, energie en geld vrijgemaakt om het wiel opnieuw uit te vinden, terwijl er heel veel publicaties zijn en kennis aanwezig is die simpelweg de oplossing al aanreiken. Kijk bijvoorbeeld op onze sites, daar vind je lijsten met toegelaten houtsoorten, duurzaamheidsklassen per houtsoort en bouwkundige details.”
Bouwen met hout vraagt om specifieke expertise.
“Het zou fijn zijn als de initiatiefnemers van houtbouwprojecten, de voorschrijvers, maar ook traditionele bouwers die starten met houtbouw, de uitgangspunten en risico’s van bouwen met hout kennen. Dat voorkomt dat men onnodig het wiel opnieuw gaat uitvinden en we straks door fouten – die dus voorkomen hadden kunnen worden – negatief gaan kijken naar bouwen met hout. Het bouwen met hout vraagt nou eenmaal bepaalde expertise, de juiste houtsoort moet op de juiste manier op de juiste plaats toegepast worden, detailleringen moeten kloppen, en ja hout kan rotten, dus dat moet je voorkomen.
Het is helaas niet zo simpel dat iedereen die een spijker in een stuk hout kan slaan ook meteen een houten woning kan maken. Opleiding is dus erg belangrijk! Daarnaast worden in onze cursussen uiteraard ook oplossingen aangereikt.”









