Skip to main content

We belichten de ontwikkelingen rondom houtbouw

door experts ‘in de houtgreep’ te nemen.

Zo’n zes jaar geleden begon Nederland eindelijk houtbouw te omarmen. Dé bouwmethode die helpt bij het oplossen van opgaven als het klimaat, stikstof, circulariteit, huisvesting en het tekort aan handjes. Maar terwijl corporaties samen de uitdaging aangaan, ontwikkelaars opschuiven naar houtbouw en aannemers woonfabrieken starten, legt deze drang naar opschaling ook een uitdaging bloot: voldoende kennis van bouwen in hout. Eric de Munck van Centrum Hout pleit voor een structurele onderwijsaanpak vanaf de wortel.

Eric, is het echt zo slecht gesteld met onze houtkennis?

“Het kan en moet beter ja, maar dat is ook niet zo gek. De afgelopen decennia was houtbouw slechts een nichemarkt en daarmee was er ook weinig aandacht voor in opleidingsland. Binnen het MBO werd er nog wel wat gedaan aan houtskeletbouw, maar binnen HBO Bouwkunde en Civiele Techniek was nagenoeg alles gericht op beton en staal; hout en het construeren en bouwen in hout was altijd het ondergeschoven kindje.

Centrum Hout kreeg het wel onder de aandacht door het verzorgen van gastcolleges of het inbrengen van dictaten, veelal ad hoc en bij de gratie van enthousiaste docenten, niet als standaard vak. En dat waren maar een paar uurtjes per studiejaar (enkele opleidingen uitgezonderd). De faculteit Citg van de TU Delft en TU Eindhoven hadden elk wel een Houtprof, zodat er toch jaarlijks enkele tientallen constructeurs met houtkennis afstudeerden. Maar dat is natuurlijk veel te weinig om de opgave van nu aan te kunnen.”

Vind je dan dat er een bepaalde mate van kennisarmoede bestaat, als het gaat om bouwen in hout?

“Ja, dat is een goed woord voor wat we in de markt zien. Met het niet structureel geven van houtvakken in het reguliere onderwijs is het niet verwonderlijk dat de bouwketen nauwelijks kennis heeft van deze ‘’nieuwe’’ manier van bouwen. Om kennis te delen worden er nu wel spontaan ‘Ervaringen met houtbouw’’ opgetekend, die opgedaan worden bij lopende houtbouwprojecten. Daaruit blijkt heel duidelijk dat houtbouw al jaren verplicht onderdeel had moeten zijn van het bouwkunde- er architectuuronderwijs.”

Begrijp ik het goed dat alle benodigde kennis wel beschikbaar is, maar de urgentie om die kennis op te doen nog onvoldoende hoog is?

“Ja, veel van de benodigde kennis is gewoon aanwezig in Nederland, daarom is het ook zo zonde. Je ziet bijvoorbeeld bij bouwpartijen verbazing over het feit dat een constructie van beton en staal niet één op één te vervangen is door een houten variant. De overspanningen blijken anders en dus het stramien, de maatvoering van houtproducten is veel nauwkeuriger: millimeters in plaats van centimeters. Of neem de bouwsnelheid: verbaast zijn dat het casco al in drie weken staat, in plaats van drie maanden. Nog maar te zwijgen over factoren als brand, geluid en vocht, want weet je bijvoorbeeld wel dat je houten liggers en kolommen bij slecht weer moet afdekken? Allemaal aspecten die je tijdens je opleiding allang had moeten leren.

Bouwen in hout blijkt meer dan alleen maar het veranderen van een kleurtje in je ravit-tekening. Het delen van de ervaringen zorgt er echter wel voor dat houtbouw niet bij de eerste de beste tegenwind terzijde wordt geschoven. RvO heeft samen met de ‘’Lentecorporaties’’ en Centrum Hout de ‘’Rapportage Woningbouw’’ geschreven, die andere woningcorporaties aan de hand neemt langs de inmiddels gebaande wegen en valkuilen helpt te omzeilen.”

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

● Onder: Namens Centrum Hout geeft Eric regelmatig gastcolleges binnen het MBO en HBO.

"Bouwen in hout blijkt meer dan alleen maar het veranderen van een kleurtje in je ravit-tekening."

Is kennis van houtbouw dan zo anders dan van andere bouwwijzen?

“Ja, en nee. Kennis heb je altijd nodig. Kennis is macht, maar het is meer dan dat. Als je kennis hebt van toepassingen, processen en materialen dan gaat niet alleen een wereld voor je open, je kunt het beïnvloeden.

En dat geldt zeker ook voor bouwen met hout: hout is geen homogeen materiaal en het heeft andere constructieve eigenschappen dan beton en staal en die verschillen ook nog eens per houtsoort. Er zijn dan ook nog eens honderden houtsoorten beschikbaar, elk met hun eigen eigenschappen en mogelijkheden. Dat vergt van constructeurs dan ook veel meer moeite dan het berekenen van beton- of staalconstructies.

Ook is elke boom anders en zelfs elke plank. Daarmee moet je als architect rekening houden in ontwerp en detaillering, en als aannemer bij de uitvoering. Hout en houtproducten gedragen zich ook nog eens heel anders dan beton, staal of kunststof afhankelijk van de toepassing, vocht, geluid of brand. Dat maakt hout oneindig veelzijdig en flexibel inzetbaar, maar vraagt wel om voldoende kennis.”

Waar kan dat toe leiden?

“Bij kennisarmoede kun je – en dat geldt niet alleen voor hout – niet optimaal gebruik maken van de mogelijkheden van je materiaal, is je materiaalefficiëntie dus niet optimaal en dat kost geld. Het zorgt ook voor faalkosten, voor extra onderhoud en in het slechtste geval onherstelbare schade. Kennisarmoede zorgt ook voor onzekerheid. Vandaar dat er bij aanbestedingen vaak een risico-opslag werd opgenomen in de aanbieding en de houtbouwvariant als vanzelf ‘’te duur’’ werd.

Maar de praktijk heeft uitgewezen dat de faalkosten bij houtbouw 1 á 2% zijn en bij traditionele bouwmethoden gemiddeld komt op 11 á 12%. Met goede kennis van hout en houtbouw hoeven we niet meer massaal te blijven roepen dat houtbouw 5 tot 10% duurder is, want houtbouw is met de juiste kennis nu al concurrerend en bij verdere opschaling (bouwen, bouwen, bouwen) ongetwijfeld goedkoper.

Kennisgebrek lijdt ook tot meer regels en dus administratieve lasten. Als we geen kennis hebben van bouwwijzen en de prestaties van bouwproducten in een bepaalde toepassing, dan willen we extra eisen, om onze eigen tekortkomingen voor te zijn of in te dekken. En als kennisgebrek, of ontwijking daarvan, tot calamiteiten lijdt (parkeergarage Eindhoven Airport, Grenfell en Valentia) dan resulteert dat ook weer in nieuwe bouwregels. Investeer dus in kennis en niet in nog meer regels.”

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

● Onder: X

De kennislacune dichten

Het is een goed teken dat de markt die op dit moment de kennislacune steeds meer aan het opvullen is:

  • Beton- en staalconstructeurs kunnen bijvoorbeeld gebruikmaken van cursussen van de Vereniging van Houtconstructeurs (VHC), SHR of PAO Techniek en Management.
  • Cursussen over bouwen in houtskeletbouw of specifiek in CLT worden ook door diverse organisaties georganiseerd.
  • SHR organiseert diverse cursussen, bijvoorbeeld over het herkennen van houtsoorten, het rekenen aan de milieuscores van hout, en het ontwerp en de detaillering van duurzame houten gevelbekledingen.
  • Vanuit Building Balance zijn er cursussen over biobased materialen.
  • FSC Nederland organiseert samen met het bedrijfsleven houtbouwcursussen op locatie bij woningbouwcorporaties, en samen met TUDelft Bouwkunde biedt FSC de online MOOC cursus ‘Sustainable Building with Wood’.
  • Het Houtopleidingscentrum of KCBM organiseren ook veel cursussen, maar dan speciaal voor de hout- en bouwmaterialensector.

Hiermee wordt zeker een deel van de directe behoefte gedekt, maar het blijft een quick fix. We moeten meer naar een structurele verankering van kennis van hout en houtbouw.

Is het reguliere onderwijs nu aan zet?

“Ja, absoluut. Gelukkig pakt het regulier onderwijs het nu razendsnel op, zowel op MBO als HBO en Universitair niveau. Bijna alle opleidingen ontwikkelen nu vakken, specialisaties op het gebied van circulair, biobased en/of houtbouw op. Zo werkt een groep MBO-opleidingen nu samen aan een Leerlijn Circulair Bouwen onder leiding van SmartCircular, waarbinnen ook aandacht zal komen voor houtbouw. Aangesloten is ook een cluster van HBO Bouwkunde opleidingen (Windesheim, Hanzehogeschool Groningen en de HAN). Een ander cluster (Saxion, Hogeschool Utrecht en WUR) werkt nu samen om houtbouw verder uit te breiden in hun curriculum en onderzoek te bevorderen.

Ook bij alle andere HBO-opleidingen Bouwkunde zie je die ontwikkeling: ‘Circulair bouwen met hout’ aan de Haagse Hogeschool, speciale aandacht voor ‘Construeren’ met hout aan Hogeschool Windesheim, een minor Houtbouw aan de Hogeschool Amsterdam en HAN.

Ook is te zien dat er een belangrijke samenwerking ontstaat met het bedrijfsleven, die zelf essentiële kennis in brengt en de houtsector daarmee kan profileren als ‘groene werkgever’ door studenten excursie-, stage- en afstudeermogelijkheden te bieden. Individuele bedrijven hebben zelf vaak veel baat bij een samenwerking met het onderwijs: hun kennis wordt geabsorbeerd en hebben direct toegang tot een pool van anders zo schaarse, kundige werknemers.

En hoe pakt de universitaire wereld het op?

“Vaste waarde blijft het hoogleraarschap ‘Biobased Structures and Materials’ aan de TU Delft, gefinancierd vanuit het Opleidingsfonds OO&A, dat onverminderd actief blijft bij het opleiden van honderden houtrijke studenten per jaar. En denk bijvoorbeeld ook aan het door SHR gefinancierde ‘Timber structures, Structural Engineering and Design’ binnen de TU Eindhoven.

Een welkome aanvulling zijn de nieuwe leerstoelen rond ‘Biobased bouwen’ (MNext), ‘Duurzaam bosbeheer en hoogwaardig houtgebruik’ (Larenstein) en ‘Houtbouw’ (TU Bouwkunde Delft). Die laatste heeft dit jaar gestalte gekregen met de installatie van de internationaal vermaarde architect Alex De Rijke tot Hoogleraar Timber Architecture.

Samen zullen ze de komende jaren zorgen voor de uitstroom van een groep zo broodnodige houtprofessionals.”

Detaillering is king

“Niet goed ontwerpen en detailleren, of die details slecht uitvoeren in de praktijk, kan de nodige hoofdbrekens opleveren zoals warmtelekken en vochtschade. In het ergste geval kunnen de gebreken zelfs leiden tot sloop. Het ‘optillen’ van houten kolommen van het maaiveld, bijvoorbeeld, of het ’terug laten liggen’ van de koppen van houten liggers, kan de houtconstructie vrijwaren van directe vochtopname. Houtconstructies kunnen dan in plaats van 25 jaar wel honderden jaren mee. Met de juiste houtkennis wordt detailleren eenvoudig en houtbouw optimaal duurzaam. Detaillering is king!”

(Foto: Hotel Heppie Veluwe te Vierhouten – Coenen Sättele Architecten – inzending Houtbouwprijs 2024)

"Individuele bedrijven hebben zelf vaak veel baat bij samenwerking met het onderwijs."

Is de toekomst van hout in het onderwijs nu gezekerd?

“Het aantal initiatieven dat dit jaar is ingezet om kennis hout en biobased/houtbouw te doceren is ongekend, met heel veel mogelijkheden om houtkennis integraal onderdeel te laten worden van ons bouwbewustzijn en te verankeren als nationale bouwtraditie.

Maar nee, het is, als het aan mij ligt, niet genoeg. De huidige inspanningen vormen de basis voor drie veel belangrijkere behoeftes.

Ten eerste: Houtonderwijs moet integraal onderdeel worden van het reguliere onderwijs op MBO, HBO én WO. Centrum Hout wil hierbij een verbindende rol spelen om de lopende initiatieven bijeen te brengen en te kijken of het mogelijk is een gedragen voorstel te ontwikkelen dat kan worden voorgelegd aan de MBO-, HBO- en WO-raad. Met als doel: de structurele verankering van hout- en houtbouwkennis in het curriculum van het reguliere onderwijs. Tegelijkertijd wil zij waar gewenst haar kennis beschikbaar stellen.

Structurele verankering biedt vervolgens weer de mogelijkheid tot toekomstgericht, praktisch en fundamenteel onderzoek naar nieuwe mogelijkheden voor toepassing van houtproducten en biobased, circulaire houtbouw.

En dan kom je op mijn tweede punt: we hebben daarvoor een basis nodig van een integrale visie op houtbouw vanuit de houtsector in samenspraak met de hele bouwketen, inclusief maatschappij en overheid.

Vanuit daar zou gewerkt moeten worden aan het derde punt dat ik wil maken: een meerjaren Research & Development Programma, waarbij ook samenwerking gezocht wordt met de beton- en staalsector. Die zijn onontbeerlijk bij het realiseren van een verantwoorde, circulaire en klimaatbestendige gebouwde omgeving. Zonder beton en staal is er namelijk geen (hybride) houthoogbouw mogelijk en zal de ontwikkeling van bijvoorbeeld toekomstige, grote houten verkeersbruggen, als onderdeel van de onderhouds-en vervangingsopgave van de overheid, niet mogelijk zijn.”

Begin bij het zaad en de wortels.

“Naast structureel houtonderwijs en R&D moet het maatschappelijk draagvlak en de instroom naar het reguliere onderwijs ook op orde komen. Want een boom begint bij het zaad en de wortels en dat is in ons onderwijsstelsel het basisonderwijs. Het VVNH-sectiebestuur Jong Management heeft daar een duidelijke mening over: je kunt niet vroeg genoeg beginnen met de kennismaking met en interesse voor de natuur en voor het bouwen aan een duurzame en gezonde toekomst met hout.

Uit eigen ervaring weet ik hoe leergierig basisschool leerlingen van groep 6, 7 en 8 zijn als het om die onderwerpen gaat. Maar ze zijn soms ook onverwachts kritisch! Als je ze weet te raken zijn deze kinderen enorme ambassadeurs richting hun ouders en familie en mogelijk ook de nieuwe student of toekomstig medewerker.

Daarom is het goed om als hout- of bouwbedrijf aandacht te besteden aan de scholen in jouw directe omgeving. Geef eens een gastles, vertel jouw verhaal of lever wat hout voor de lessen handvaardigheid. De week rond de Nationale Boomfeestdag is vaak een uitstekend moment. Jong (houtkennis) geleerd is hopelijk dan massaal oud gedaan.”

Eric de Munck, Adviseur Milieu en duurzame innovatie Centrum Hout en verenigingsmanager van de VVNH.

Meer informatie?

Stuur een mail

© Beeldmateriaal: via Eric de Munck