Skip to main content

We belichten de ontwikkelingen rondom houtbouw

door experts ‘in de houtgreep’ te nemen.

Thomas van Belzen, geliefde luis in de pelzen. Gefascineerd door zowel de Gideons- als de betonbende. Als Cobouw journalist weet ie al jaren menig bouwpartij te prikken en te kietelen met zijn kritische vragen. Op zoek naar voldoening voor zijn aanhoudende nieuwsgierigheid. Wij namen hem in de houtgreep over de status quo van de sector, over zijn geflirt met biobased koplopers en over hem zelf. Een interview met de interviewer.

Thomas, welke vraag gaan wij zeker aan jou stellen, denk je?

“Nou ik denk de vraag die vaak voorbijkomt, en dus blijkbaar aan m’n kont hangt: “Ben jij tegen beton?”.

Ben jij tegen beton?

“Haha. Nee, ik ben niet tegen beton, ik ben voor brede verduurzaming van de sector.”

Stelt men die vraag zo vaak, omdat men jouw onafhankelijkheid in twijfel trekt?

“Dat weet ik niet. Ik denk het niet. Ik hoop het niet. Kijk, het is voor niemand een geheim dat ik de ontwikkelingen van houtbouw en biobased bouwen met grote interesse volg, maar dat is niet omdat ik die materialen als een heilig doel zie. Ik ben vooral geïnteresseerd in de duurzame oplossingen voor de sector, met alle opgaven die we hebben. En het is nu eenmaal zo dat er op dit moment in de biobased hoek ontzettend veel innovatie en verandering plaatsvindt om de duurzaamheidsdoelen te halen.

Dat zegt niets over een afkeer van beton, hooguit iets over achterblijvende en nieuwswaardige veranderingen in die hoek van de sector.”

Dus jouw ‘groene focus’ en het flirten met de Gideonsbende zit jouw werk als journalist niet in de weg?

“Dat gevoel heb ik niet, maar ik snap wel dat mensen zich dat afvragen. Ik ben er ook wel tegenaan gelopen. Dat was tijdens de COVID-19 pandemie. Toen hadden wij bij Cobouw, net als velen denk ik, een moment waarin we ons afvroegen waar we met het merk naartoe moesten. We wilden niet alleen een onafhankelijk nieuwsblad zijn, we wilden ook iets in beweging zetten wat onze maatschappelijke betrokkenheid toont.

In die gedachte had ik op een gegeven moment met Jan Rotmans een interview, waarin hij zijn scherpe analyses deelde zoals hij dat zo goed kan. Maar ik zat in die vibe van hoe gaan we ‘iets in beweging zetten’, naast het blijven analyseren. En toen ontstond het memorabele moment dat Jan opriep tot het oprichten van een Gideonsbende. Het gevolg: wij ontvingen wekenlang een eindeloze stroom van aanmeldingen, die leidden tot de oprichting.

Ik werd daarvoor uitgenodigd, maar wat ik niet goed had begrepen, is dat iedereen die daar aan die oprichtingstafel zat als Gideon werd gezien. Dus toen de vraag rondging ‘waarom jij een Gideon was’, dacht ik alleen maar ‘ik weet helemaal niet of ik een Gideon ben, of wil zijn’. Ik ben een journalist en ik vind het heel goed wat jullie allemaal aan het doen zijn, maar ik ben geen Gideon. Ik ben een vragensteller die kritisch en nieuwsgierig is naar alle kanten van het verhaal.”

Inmiddels zit je al 20 jaar bij Cobouw. Een enorme prestatie voor iemand die ogenschijnlijk niet stil kan zitten. Spookt een leven buiten Cobouw nooit door je hoofd?

“Nee, ik hoef niet per se bij een Volkskrant of bij een grote mediaclub. Cobouw voelt voor mij als een plek waar je als persoon wordt gezien en – belangrijker – waar ik tot op de dag van vandaag het verschil kan maken. Naast m’n journalistieke artikelen krijg ik de vrijheid om nieuwe initiatieven te ontwikkelen, zoals het Cobouw Café, de Doorzagen podcast en The Fixers videoserie. Ik heb zelfs de ruimte gekregen om een boek te schrijven.

Zulke mogelijkheden voor ontwikkeling zijn wat mij betreft enorm belangrijk voor je bestaansrecht als medium en journalist.”

Wat is daarbij je motivatie om je binnen die bouw vooral met duurzaamheid bezig te houden?

“Ik denk dat ik in de eerste plaats de drang heb om het verschil te willen maken. Dat ik hierbij op duurzaamheid uitkwam, heeft te maken met een cursus onderzoeksjournalistiek die ik ooit mocht volgen. De onderzoeksvraag ging over de MPG en het fascineerde mij enorm dat van alle mensen die ik sprak – van houthandelaar tot toezichthouder – werkelijk niemand erop zat te wachten. Ik ben mij er toen voor Cobouw meer in gaan verdiepen en heb daar meerdere artikelen over geschreven.

Uiteindelijk is daar mijn boek [Duurzaamheidsoorlog, red.] uit ontstaan, in een tijd dat nog niemand het over biobased bouwen of de MPG had. Toen dat wél loskwam, werd ik steeds meer gevonden om in de context van duurzaamheid aan te schuiven, te spreken, et cetera.”

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

● Onder: Alweer 10 jaar geleden kwam het boek ‘Duurzaamheidsoorlog’ uit. Is er intussen wel iets veranderd?

"De betonsector mag zich wat mij betreft ook nog best wat nederiger opstellen."

Met het boek legde je via de MPG het falende duurzaamheidsbeleid in de bouw anno 2014 bloot. Is er in de tien jaar erna iets in positieve zin veranderd?

“Goede vraag. We zijn in elk geval de laatste jaren veel bewuster over materialen gaan nadenken, maar aan het eind van de rit blijft de MPG nog steeds voor heel veel partijen leidend en is de lobby nog onverminderd aanwezig. In tien jaar tijd zou ik wel meer resultaat verwacht hebben.

Het is nog steeds zo dat het systeem is opgezet door de industrie, waarbij je je moet afvragen of dat nou zo goed en geloofwaardig is. Ik heb daar wel mijn vraagtekens bij en met mij steeds meer partijen. Dus daar beweegt wel wat.

Maar de betonsector mag zich wat mij betreft ook nog best wat nederiger opstellen, door bijvoorbeeld wat duidelijker te benoemen dat we met z’n allen een probleem hebben en dat je die wilt helpen oplossen. In plaats van met argumenten te schermen dat beton maar liefst 150 jaar meegaat en het oneerlijk is dat hout en biobased materialen zoveel aandacht en subsidie krijgen.

Maar voordat men mij verkeerd begrijpt: ik wil helemaal niet die zure journalist zijn die alleen maar poten komt doorzagen of brandjes komt stichten. Ik wil vooral de veranderingen in de markt een podium geven – of dat nu om hout of beton gaat – en op die manier samen impact maken.”

Merk jij bij conventionele bouwpartijen überhaupt een vorm van besef dat houtbouw best een goed verhaal is? Of kijken wijzelf te veel door een houten bril?

“Ik vind dat lastig in te schatten. Ik weet niet of dat besef er ergens onderhuids is. Ik denk wel dat we in de sector met een cultuur te maken hebben, waarbij men van oudsher niet per se zit te wachten op verandering. Dat in combinatie met een sector die vergrijst, snap ik echt wel dat het voor bouwbedrijven ingewikkeld is om de draai te maken naar hout en biobased, als al je kunde en ervaring in beton zit.

Aan de andere kant denk ik: als je overtuigd bent van je eigen kwaliteiten dan hoef je volgens mij niet constant in de verdediging te gaan, rapporten achter te houden of via allemaal listige wegen bij binnenlandse zaken toch weer je gelijk proberen te halen. Dus ja, wellicht ruiken partijen die dat doen ergens wel onraad.

Toch zie je nu wel een soort bewustwordingsgolf ontstaan die alsmaar aanzwelt. Ik denk dat Cobouw die mede in beweging heeft gezet, omdat we veel geschreven hebben over de oorzaken en gevolgen van het klimaatprobleem binnen onze sector. En dan word ik nieuwsgierig naar de oplossingen, die meer dan ooit om leiderschap vragen. En dat zie je wel steeds meer voorbijkomen. Het helpt daarbij dat grotere partijen als BAM, TBI en Dura Vermeer het lef en de visie hebben om flinke stappen te maken op het gebied van duurzaamheid.”

Is volgens jou het point of no return voor houtbouw daarmee bereikt?

“Dat hoor je mij niet zeggen, ondanks dat biobased en houtbouw stroming nu op een gigantische golf zitten, kan die ook zomaar weer afzwakken.

Je moet oppassen dat het niet één of ander programma is dat weer allemaal kampen creëert binnen de sector. Hout moet ook geen doel op zich zijn. Volgens mij is het vooral belangrijk dat we met z’n allen op zoek gaan naar het ultieme duurzame huis. En ik ben geen materiaaldeskundige, maar ik kan me heel goed voorstellen dat die nooit volledig uit hout en biobased materialen bestaat. Wat ook geen probleem is, mits alle materialen bij elkaar het ultieme duurzame huis oplevert.

Een point of no return hangt bovendien niet alleen af van de prestaties van het materiaal, maar bijvoorbeeld ook van zoiets als voldoende gekwalificeerde vakmensen.”

De sfeerdodende MPG

Drie jaar na de eerste aflevering van ‘The Fixers’ over het onbegrip dat hout slecht scoort in de MPG, lijkt de beoogde MPG-aanpassing weer verder dan ooit. Zijn we niks opgeschoten?

“Nou als ik heel eerlijk ben niet nee. Die oorlog is nog steeds gaande, waarbij de MPG door een grote groep nog gezien wordt als de heilige Graal, terwijl anderen – incluis mijzelf – dat hele systeem voor geen meter vindt deugen. Het is niet-onafhankelijk genoeg, data is vaak niet reproduceerbaar, reviews op informatie worden op beperkt niveau gedaan, et cetera. En dan is er in de wandelgangen ook nog gewoon een soort vijfde colonne met een sterke poot tussen de deur van Binnenlandse Zaken, die als ze kwaad willen zeggen ‘we willen toch veel bouwen? Dan moet je even stoppen met dat duurzaam bouwen’.

Maar eerlijk gezegd vraag ik mij steeds meer af in hoeverre die MPG de markt daadwerkelijk nog in de weg zit. In hoeverre laat de markt zich nog temmen door zo’n MPG?”

Merk jij geen afname in de begeisterung bij de duurzame koplopers door de huidige tegenwind?

“Ik zie vooral dat die mensen zich ook weer snel aanpassen. Wat op zich enorm te prijzen valt. In hoeverre kan je überhaupt het enthousiasme voor idealen afremmen? Kijk naar al die honderden Gideons. Elke tegenslag maakt hun begeisterung juist relevanter. Zij zijn er juist om onvoorwaardelijk te blijven strijden voor het oplossen van het CO₂-probleem in de sector. Met deze huidige coalitie misschien wel meer dan ooit. Terwijl je je ook echt wel kritisch kunt afvragen wat zij, met al die mensen en al die effort, nu achter de komma bereikt hebben.

Hoe dan ook verrijkt de Gideonsbende het speelveld vooral in de lobby richting Den Haag. Lange tijd was er in de discussie over de MPG en duurzaam bouwen geen enkele club die opkwam voor ‘het klimaat’. Nu wel. Dat alleen al is pure winst voor het debat. Duurzaam bouwen is als thema here to stay. En het kan straks ook zomaar blijken dat mede door hun veerkracht die CO₂-norm in Nederland wel binnen twee jaar staat.”

Is het hele beton-houtbouw debat wellicht nog te veel een polariserende ‘wij tegen zij’-strijd?

“Misschien wel, maar misschien hoort het er ook gewoon bij, hè. Dat iedereen z’n verantwoordelijke rol pakt om de ander scherper te maken. Maar wat ik al eerder zei, volgens mij gaat het erom dat we in de sector met elkaar heel erg snel hele fijne woonmilieus gaan bouwen in Nederland, waarbij we op allerlei manieren met respect omgaan voor de natuur en waarbij we alle kennis die voorhanden is bundelen en delen, in plaats van dat je tijd verspilt met mini-gevechtjes.

Het is niet zozeer beton of hout, of iets anders. Ik kan mij veel meer storen aan het feit dat die materialen tegenover elkaar staan en we blijkbaar niet samen op een normale manier enthousiast op zoek kunnen gaan naar manieren waarop we de dingen kunnen realiseren. Het is namelijk niet niks wat we als sector moeten aanpakken.”

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

● Onder: In de videoserie ‘Van Land tot Pand’ gaat Thomas bij Mark Reinders (directeur HempFlax) op zoek naar antwoorden op zijn vragen over bouwen met hennep.

Ik kan mij voorstellen dat je als journalist ook een vorm van macht en kracht hebt waarmee je verandering kunt stimuleren. Zie jij dat ook zo?

“Ja, alleen dat is ook heel kwetsbaar zeg ik er meteen bij. Cobouw is relatief klein, maar met hetgeen wij publiceren hebben we wel een stem. Ik zal ook niet ontkennen dat ik het dan waanzinnig gaaf vind dat er uit zo’n interview met Jan Rotmans een Gideonsbende voortkomt, omdat ik hem blijkbaar op de juiste plek weet te prikken.

Maar ook als journalist ben je zo goed als je laatste wapenfeit. Daar wordt mijn functioneren toch echt op beoordeeld. En zonder een goed vertrouwen van de mensen die je kritisch wilt bevragen, ben je niets waard. Ze zeggen niet voor niets dat je een geheim het beste bij journalisten kunt achterlaten.”

Jij komt ook over als een journalist die dicht bij de mensen in het veld staat, maar wel schurend en spraakmakend wil zijn. Is dat een bewuste stijlkeuze van je?

“Nou, allereerst bedankt voor het compliment. Je hoort wel eens de kwalificatie ‘hard op de inhoud, zacht op de man’ en ik denk dat die ook wel voor mij geldt. Met zo’n houding ontvang je respect terug.

Een mooi voorbeeld daarvan is de energie tussen mij en Elco Brinkman. Ik was destijds onverminderd kritisch op zijn rol als voorzitter van Bouwend Nederland en toch gunde hij mij af en toe primeurtjes, omdat hij ook begreep dat het mijn rol was om kritische vragen te stellen. Niet om chaos te creëren, maar omdat anders het debat tot stilstand komt. Vervolgens heb ik hem na zijn vertrek bij Bouwend Nederland in een mail nog even bedankt voor zijn immer benaderbare houding en openheid. ‘Thomas, het lijkt wel een liefdesbrief, deze ga ik bewaren’, was zijn reactie. Dat doet mij wel wat.

Maar is die kwetsbaarheid dan een bewuste stijlkeuze? Ik denk dat ik gewoon zo ben.”

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

Fixing the Future

Thomas tijdens een aflevering van The Fixers. Op bezoek bij de zogenaamde ‘Miscanthus-broers’, die er als de kippen bij waren met het verbouwen van Olifantsgras.

"Ik vraag mij echt af waarom we sommige producten niet gaan verbieden, ik noem een gespoten purschuim."

Gaat de komende jaren de revolutie doorzetten en waar hangt het dan vanaf volgens jou?

“Van de noodzaak. Nood breekt wet, dat hebben we eerder gezien. Dus hoe sneller het water aan de lippen staat, des te makkelijker er meer mogelijk wordt.

Men zegt ook ’uiteindelijk lost de natuur het allemaal zelf wel op, met of zonder mensen’. Dat vind ik dan wat zwaarmoedig, ik wil er liever in geloven dat we duurzame woningen kunnen gaan maken die iedereen wil hebben. Betaalbaar, met weinig installaties, veel natuurlijke materialen en in een groene omgeving. Dan wil ik wel blijven meewerken om dat paradijselijke vergezicht te bewerkstelligen met kritische vragen.

Bijvoorbeeld over de wet- en regelgeving die enorm de vaart uit de verduurzaming haalt. Ik vraag mij namelijk echt af waarom we sommige producten niet gewoon gaan verbieden. Ik noem een gespoten purschuim dat aan alle kanten slecht is voor mens en milieu. Als we ons daarin veel harder gaan opstellen en een hek om dit soort producten zetten, dan krijgt de duurzame revolutie meer ruimte om door te breken.”

Kunnen we in 2025 een nieuw initiatief verwachten van Thomas?

“Nou, er wordt steeds gevraagd wanneer ik met m’n volgende boek kom. En ikzelf zou ook wel graag een nieuwe versie van ‘De Duurzaamheidsoorlog’ willen uitbrengen. In welke vorm, daar ben ik nog niet uit. Maar of dat haalbaar is in 2025 weet ik niet, er ligt in elk geval nog geen concreet plan hiervoor. In de tussentijd wil ik het verschil blijven maken door kritische vragen te stellen.”

Thomas van Belzen, Bouw- en klimaatjournalist bij Cobouw.

Meer informatie?

Stuur een mail

© Beeldmateriaal: Cobouw / Thomas van Belzen