Skip to main content

In deze rubriek duiken we wat dieper in hout(bouw)

door een expert of materiaal ‘in de houtgreep’  te nemen.

Volgens Wageningen University & Research (WUR) spelen bos- en natuurgebieden een steeds belangrijkere rol in de maatschappij, niet in de laatste plaats door de mogelijkheden die het biedt voor houtbouw. Maar zijn de bossen daar wel klaar voor? En kunnen onze bossen die extra houtvraag wel aan? We vragen het aan Sven van Baren en Silke Jacobs, onderzoekers bos en houtbouw van de WUR.

Sven, allereerst aan jou dé vraag die bij velen een error oplevert: bomen groeien traag, vele tientallen jaren. En toch, al zouden we de hele woningbouwopgaaf met hout gaan bouwen, komt er jaarlijks nog steeds meer bos bij. Hoe is dat te rijmen?

“Je moet het bos zien als iets wat continu doorgroeit, het is vaak een mengeling van bomen van verschillende leeftijden. Als je daar af en toe een boom uithaalt is dat geen probleem, want de bomen die overblijven en nieuwe bomen die ontkiemen zorgen ervoor dat er steeds nieuw bos bijgroeit op dezelfde plek. Natuurlijk is er wel een grens aan wat het bos kan produceren. Die grens bewaken wij door landelijk goed te monitoren. De boseigenaren bewaken dit door met goede beheersplannen te werken.

En Silke, hoe kijken jullie vanuit de bosbouw naar de opmars van houtbouw?

“Wat betreft de hele bouwopgaaf met hout bouwen, dat is erg ambitieus en wat er dan precies met het bos gaat gebeuren in Nederland en in Europa, is vooralsnog een vraag. Op grote lijnen blijft er meer hout in het bos bijkomen als er minder wordt geoogst dan erbij groeit. Als de houtvraag heel erg stijgt kunnen we daar bovenuit komen. Maar zolang we bos duurzaam blijven beheren, dus minder oogsten dan erbij groeit, is er geen reden tot zorgen. Daarnaast is er niet alleen houtvraag vanuit de bouwsector. Ook andere sectoren hopen op meer hout, zoals de brandhoutsector.”

Maar in Nederland ligt de focus steeds minder op houtoogst. Het beheer in onze bossen richt zich steeds meer op bescherming van het bos en op natuurbos (wat nog steeds duurzaam beheer is). In deze bossen zal waarschijnlijk minder geoogst gaan worden, omdat daar minder op beheerd wordt. Ook zijn de bossen in Nederlands steeds gemengder, met meerdere boomsoorten in plaats van bossen met een monocultuur, waar dus maar één soort groeit.”

Want dat is goed voor…?

“Dat is nodig om bossen minder kwetsbaar te maken tegen verstoringen als gevolg van bijvoorbeeld klimaatverandering. In monoculturen worden op grotere schaal één soort hout geproduceerd, terwijl in gemengde bossen verschillende soorten bomen door elkaar groeien. Monoculturen zijn kwetsbaar voor bijvoorbeeld insectenplagen, zoals we nu in Midden-Europa zien door de bastkever. Deze valt één boomsoort aan, waardoor je direct al je bos kwijt bent. Als je een gemengd bos hebt, worden niet meteen alle bomen aangevallen.

Daarnaast worden deze bossen op een andere manier beheerd en wordt ook op een andere manier geoogst. Bij een monocultuur kunnen alle bomen in één keer geoogst worden en in een gemengd bos zal dit variëren over de tijd. Niet alle bomen zijn op hetzelfde moment oogstrijp. In een gemengd bos ligt daarnaast de focus vaak ook niet alleen op houtoogst, maar ook op bijvoorbeeld biodiversiteit en recreatie.”

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

"Als we naar het Nederlandse bos kijken, zien we dat de hoeveelheid hout die in het bos staat wel degelijk toeneemt."

Maar, Sven, als we een groeiende vraag naar hout verwachten, moeten we daar dan niet op anticiperen met meer bos?

“Ja, dat is een logische gedachte. Niet alleen vanuit de vraag naar hout, misschien nog wel meer vanuit de CO₂ problematiek. Omdat bomen koolstof opslaan (de C van CO₂), is er veel aandacht voor het aanplanten van meer bos en ook meer aandacht voor bouwen met hout. Bomen slaan de koolstof op tijdens het groeien en door het hout te gebruiken in de bouw duurt het langer, na de oogst, voordat deze koolstof weer vrijkomt in de lucht.

Maar voordat hout gebruikt kan worden, zoals in de bouw, heeft een boom eerst tussen de 60 en 100 jaren moeten groeien in een bos. Het hout dat we op dit moment kunnen gebruiken, komt dus van bomen die tussen 1920 en 1960 zijn ontkiemd.”

Misschien juist wel een extra reden om snel meer bos bij te planten?

“Kijk, vooropgesteld dat meer bos in Nederland vanuit ons perspectief sowieso een goed idee is, zullen we afhankelijk blijven van hout uit het buitenland. Zoals Duitsland en Scandinavië. Daar zijn de bossen groter en is er dus meer hout beschikbaar. Echter, door onze eigen bossen uit te breiden kunnen we eventueel op de lange termijn meer zelfvoorzienend worden. Op dit moment komt slechts 5% van het hout dat we in Nederland gebruiken voor materiaaltoepassingen uit Nederland zelf.

Maar met de toenemende houtvraag (en die zeker zal blijven groeien onder een bio-economie) zullen we ook moeten blijven investeren in bos, meer bos, en beter bosbeheer, zowel in Nederland als in Europa.

Overigens, als we naar het Nederlandse bos kijken, zien we dat de hoeveelheid hout die in het bos staat wel degelijk toeneemt. Daarnaast wordt het Nederlandse bos ouder. En net als in veel andere landen wordt er ook bij ons jaarlijks minder hout geoogst dan dat er bijgroeit. Deze duurzame manier van bosbeheer zorgt ervoor dat de hoeveelheid hout toeneemt in het bos.”

(tekst gaat verder onder kader)

Hollands bos in perspectief

  • Bosareaal in Nederland: 363.000 ha
  • Bosareaal in Europa: 202.200.000 ha
  • Staande voorraad in Nederland: 225 m3/ha
  • Staande voorraad in Europa: 169 m3/ha
  • Percentage oogst van de bijgroei Nederland: 62%
  • Percentage oogst van de bijgroei Europa: 73%
  • Rondhoutproductie Nederland: 784.000 m3 in 2021
  • Rondhoutproductie Europa: 550.000.000 m3 in 2015 (gemiddeld)
Bron: NBI7 en Forest Europe

Dat is interessant. De hoeveelheid hout neemt dus toe, maar tegelijk hoor je berichten dat de omvang van het Nederlandse bos al jaren minder wordt.

“Dat klopt, dat is dan ook niet hetzelfde. De toename van de hoeveelheid hout in het bos wordt bepaald door het verschil tussen wat er bijgroeit en wat je oogst. Het zegt niet per se iets over het aantal hectare (oppervlakte) bos. Dat kan afnemen, maar als je tegelijk ook minder oogst, dan kan de hoeveelheid hout op de overgebleven hectares best toenemen.

En ja, het is zo dat er sinds 2013 er een lichte ontbossing heeft plaatsgevonden. De komende jaren moet dat dus omgedraaid worden naar bebossing. Daar zijn ook de plannen op geënt: in de bossenstrategie van 2021 zet de overheid in op een bosuitbreiding van 37.000 hectare, tot en met 2030 in Nederland.”

Is dat veel, Silke? Over hoeveel ‘Hollands bos’ praten we eigenlijk?

“In Nederland hebben we op dit moment 363.000 hectare bos, maar misschien zegt het meer als je bedenkt dat het ongeveer 10% is van de oppervlakte van Nederland. En dat 37.000 hectare dus nog eens een uitbreiding van 10% van het huidige bosareaal van Nederland betreft.

Maar ik wil nog graag even benoemen dat bossen meer te bieden hebben dan alleen houtproductie. Bosbeheerders houden hier rekening mee in het beheer van het bos. Zo biedt het ook onderdak voor allerlei andere planten en dieren en biedt het de mens een mooie plek om te recreëren. De bosbeheerder houdt hier rekening mee door bijvoorbeeld een boom die niet zo goed groeit maar er wel mooi uit ziet te laten staan in plaats van te kappen. Op deze manier wordt het bos ingericht om meerdere functies te dienen.”

En welk houtsoorten zijn op dit moment van belang voor de ‘houtbouw revolutie’?

“Economisch gezien zijn er op Europees niveau maar een paar boomsoorten belangrijk. Dit zijn de grove den (grenen), de fijnspar (vuren), de eik en de beuk. Vooral naaldhout is belangrijk op de rondhoutmarkt. Van deze soorten zijn de eigenschappen goed bekend en daardoor ook wat er mogelijk is met deze houtsoorten, zowel in de bouw als voor andere doeleinden.

In de bouw is dit grotendeels naaldhout. Fijnspar is momenteel een belangrijke soort voor in de bouw, maar in Nederland is die niet overvloedig aanwezig. Sterker: in onze bossen staan steeds meer loofbomen die minder gebruikt worden voor de ‘houtbouw revolutie’. We moeten dus nu alvast beginnen met kijken wat we met die loofbomen kunnen gaan doen als we deze willen gebruiken in bijvoorbeeld de bouw.

Naast de invloed van beheer hebben ook natuurlijke vijanden invloed op het bos. Zoals gezegd zien we in Midden-Europa nu veel sterfte in de fijnspar vanwege een insectenuitbraak (bastkever). De bastkever heeft in combinatie met de droogte veel bomen beschadigd, waardoor deze gekapt moesten worden. Veel van deze bomen zijn overigens alsnog op de Europese houtmarkt gekomen. Wat prima kan, mits de bomen op tijd geoogst zijn.”

Dus, Sven, we hoeven ons geen zorgen te maken dat onze bossen lijden onder de ‘houtbouw revolutie’?

“Dat ligt eraan of we zorgvuldig omgaan met onze bossen en de beschikbare hoeveelheid hout. Zoals al een paar keer eerder genoemd, is duurzaam bosbeheer van belang.

We zouden graag willen weten wat de beste manier is om het hout zo hoogwaardig mogelijk te gebruiken. Hierdoor kunnen we gaan kijken wat de precieze houtvraag zal zijn voor alle verschillende constructies die gerealiseerd zullen gaan worden in de toekomst. Hiermee kunnen we ook gaan onderzoeken of er genoeg hout beschikbaar is in het bos en waar het hout vandaan zal gaan komen.”

"Om zeker te weten dat de ‘houtbouw revolutie’ duurzaam plaatsvindt, is verder onderzoek ook nog steeds nodig."

Sven van Baren & Silke Jacobs (WUR).

Meer informatie? Klik op onderstaande bronvermelding(en) of stuur ons een mailtje.

Stuur een mail

© Foto’s: Unsplash; WUR