We belichten de ontwikkelingen rondom houtbouw
door experts ‘in de houtgreep’ te nemen.
Met wie hebben we het genoegen?
“Mijn naam is Jan de Jong en werk inmiddels meer dan 40 jaar bij TNO. Tegenwoordig ben ik werkzaam in het hout en biobased team. Een team dat flink in opbouw is: de laatste drie jaar is het aantal medewerkers gegroeid van 4 naar circa 16.”
Wat is jouw rol binnen dat team?
“Ik ben consultant op het gebied van hout in de bouw. Dit betreft naast advieswerk in de houtbouw ook veel productontwikkelingen en laboratoriumonderzoeken op het gebied van hout. Daarnaast zijn er de laatste jaren een aantal lijnen bijgekomen, die steeds belangrijker aan het worden zijn. Denk aan inlands hout, circulair hout, vezels en andere biobased producten.”
Nu hebben wij het in de context van houtbouw altijd over hout dat ‘vers’ geoogst is, maar jij gaf aan dat je het vandaag specifiek wilt hebben over ‘oud hout’. Wat is de reden daarvan?
“De reden is dat er in een aantal onderzoeken, zowel nationaal als internationaal, naar voren is gekomen dat oud hout veel sterker is dan we in eerste instantie dachten. En dat maakt het voor ons meteen een interessant onderzoeksgebied. We weten al dat gebruikt hout vaak nog in prima staat kan verkeren, maar hoe sterk is dat hout nu werkelijk? En hoe, waar en waarvoor kan ik het dan eventueel opnieuw toepassen?”
Heb je het dan over een specifiek soort circulair hout?
“Nee, als je alleen al kijkt naar inlands hout, wat dus ook een lijn is die wij testen en onderzoeken, zie je al een gevarieerd houtaanbod. Om verschillende redenen worden er meerdere houtsoorten gekapt, zonder dat er een goede toepassing voor is. Dit geldt zowel voor bomen in het binnenstedelijke gebied als voor bomen in de bossen.
Zowel inlands hout als eigenlijk ook circulair hout wordt volgens de normen op basis van visuele aspecten gesorteerd en ingedeeld naar sterkteklasse. Binnen TNO zijn we nagegaan of dit wel de juiste methode is, door het hout op een digitale manier te scannen met een CT (MITO) en Woodeye. Ook is het hout met de Mobile Timer Grader (MTG) getikt om de sterkte in kaart te brengen. Die uitkomsten hebben we vergeleken met de werkelijke sterkte van het hout. Daarbij kijken we naar de buigsterkte en de zogenaamde E-modulus. Wat bleek, zowel de MTG als de Woodeye geven een veel beter beeld van de sterkte van het hout.”
(tekst gaat verder onder de afbeelding)
● Onder: de opstelling van een MTG-meting van houtsterkte
"Diverse gemeentewerven zijn al een grote oogstbron voor zowel kozijnhout, balkhout en planken uit de sloop."
Voortaan kan een deel van het benodigde hout dus gemined worden voor hergebruik? Dat is mooi nieuws voor de voorstanders van circulair bouwen.
“Dat kan op termijn zeker mogelijk worden, maar helaas zijn deze methodes nog niet toegelaten in Nederland. Het is noodzakelijk om beter gebruik te gaan maken van de methodes, de kennis en de toepassing van inlands hout. Om andere methodes die ook sterkte beoordelen te mogen gebruiken, moet er onder andere in certificering meer ruimte gaan komen.”
Is het reëel dat er straks ook constructief gebouwd gaat worden met circulair hout, in de vorm van CLT bijvoorbeeld?
“Voor nu is dat nog te vroeg. Circulair hout (sloophout e.d.) mag op dit moment niet worden toegepast in constructieve toepassingen. Wij hebben bij TNO in verschillende proefprojecten al circulair hout gebruikt in CLT en in andere toepassingen. Ook hierbij is door middel van tikken aangetoond dat dit hout veel sterker is dan de constructie vraagt. In een CLT-test hebben we zelfs een paneel gemaakt met pallethout, waarbij de sterkte overeen bleek te komen met nieuw CLT.
Hetzelfde geldt voor een grote partij dakbalken, die gebruikt gaat worden in een HSB-wand. Bij dit hout is de sterkte bepaald door te tikken met de MTG (zonder de kwasten te beoordelen), waarbij we tot sterkteklassen komen van meer dan C30 (C staat voor coniferous en 30 is de sterkteklasse). De gestelde eis was C16. Wel zijn in dat hout de gaten en aantastingen visueel beoordeeld en eruit gesorteerd als deze groter waren dan geëist.”
Wordt er naast de focus op certificering ook al gekeken naar de opzet van een professionele keten voor het oogsten, sorteren en verhandelen van circulair hout?
“Diverse gemeentewerven zijn inmiddels al een grote oogstbron voor zowel kozijnhout, balkhout en planken uit de sloop. Het is een bron voor hergebruik van hout in vele toepassingen. Vervolgens moet het hout voor partijen wel voldoende kwalitatief zijn om er daadwerkelijk voor te kiezen. Veel oud hout is vervuild met spijkers en schroeven, het is dus van belang om te bepalen of, hoe en waar je het materiaal voor zouden kunnen hergebruiken, om vervolgens het metaal te detecteren en te verwijderen.”
(tekst gaat verder onder de afbeelding)
● Onder: oud hout ligt klaar voor de sterkte proeven van TNO

Een proces dat nog best kostenintensief klinkt.
“Daar kijken we binnen TNO ook naar. Om er een rendabel product van te maken starten we dit jaar nog met de inrichting van een semi-productie laboratorium, dat is gericht op het maken van proefseries en proefprojecten op verschillende samenstellingen en houtconstructies.
Het wordt een programma waarbij samengewerkt wordt met partners uit de markt om circulair hout beter toepasbaar te maken. Met het doel om, aan de hand van proefmonsters en/of proefprojecten, meer circulair hout op de Nederlandse markt te brengen.”
Hoe ziet dat semi-productielab er concreet uit?
“Naast een CT-scan om metaal te detecteren en een robotopstelling om metaal te verwijderen, plaatsen we ook een vingerlasstraat en productie-unit voor CLT. De eerste generatie C-CLT is al in ontwikkeling. Dit is CLT gemaakt van o.a. circulair hout. In Delft worden acht elementen toegepast in een echt project. Uit de eerste proeven kwam het hoopgevende resultaat naar voren dat dit C-CLT maar liefst 36% sterker was dan normaal CLT met dezelfde opbouw.
Tegelijk doet zich hier wel een probleem voor op het gebied van regelgeving en toelating. Hoe gaat de markt en de regelgeving ermee om en is er voldoende aanvoer om het rendabel te maken?”
Kijken jullie naast hout ook naar het hergebruik van andere biobased materialen?
“Als het gaat om constructieve toepassingen is hout natuurlijk het meest interessante biobased materiaal, maar de bouw kan voor afwerking- en isolatietoepassingen ook vezels gaan hergebruiken. We onderzoeken hoe we die tot een volledig biobased plaatmateriaal kunnen. Hierbij wordt niet alleen naar de verschillende vezels gekeken, maar ook naar het soort lijm (of zelfs zonder lijm: binderless).
De komende jaren zal er met partners onderzoek worden gedaan om opschaling op termijn mogelijk te maken. Hierbij wordt breed ingezet op het gebied van soorten vezels, denk aan afvalhout, takhout en tuinbouwvezel.”
Testen, testen en nog eens testen.
Op de eerste foto zie je de buigproef met C-CLT hout; de tweede foto toont de beursdemo van de eerste geperste biobased materialen.
"Uit de eerste proeven kwam het resultaat naar voren dat het C-CLT maar liefst 36% sterker was dan normaal CLT."
Voorlopig is het dus nog niet zover. Wat is op dit moment de grootste barrière die het normaliseren van hergebruik van biobased materialen tegenhoudt?
“Zowel bij hout als bij vezels is het de vraag hoe we deze methodes en producten van de toekomst in grote hoeveelheden en tegen concurrerende prijzen op de Nederlandse markt krijgen. Hoe kan er na het onderzoek op semi-laboratoriumschaal een opschaling plaatsvinden naar voor de markt bruikbare producten en methodes?
Daarvoor is verder onderzoek nodig naar de toepassing en samenstelling van producten en methodes. We moeten ook bekijken hoe de hoeveelheden en afmetingen in het laboratorium op te schalen is, om vervolgens meer proefelementen en proefprojecten te gaan bouwen.
Sowieso moeten de moderne methodes als scannen en tikken (MTG) worden opgenomen in de huidige normen en certificatie regelingen.
Voor ons als team is dat een uitdaging die we de komende jaren met de houtmarkt aan moeten gaan. Dit moet markt-breed worden aangepakt en ook alle instanties zullen moeten samenwerken. Niet alleen in Nederland maar ook internationaal is dat een must. TNO is samen met instanties in Noorwegen, Zweden, Denemarken en Estland bezig om dit verder uit te werken en een Europees voorstel in te dienen. Hierin wordt vooral onderzoek gedaan naar hergebruik van hout in de bouwsector. Het laboratorium van TNO gaat daarin een belangrijke rol spelen om proefseries te kunnen maken.”
'Oud als nieuw'
“Eigenlijk voegen we met hoogwaardig hergebruik een levensfase toe aan materialen, wat wenselijk is vanuit milieu- en klimaatdoelstellingen. We moeten dan zowel inlands hout als circulair hout beter en op grotere schaal gaan gebruiken in de bouw. Ook moet er nog een slag worden gemaakt om veel meer biobased materialen toe te passen, zoals plaatmateriaal of isolatiemateriaal. Het toepassen van afvalvezels zou daarbij een belangrijke rol kunnen spelen.”








