We belichten de ontwikkelingen rondom houtbouw
door experts ‘in de houtgreep’ te nemen.
Voor wie jou nog niet kent, wie is Marjet Rutten?
“Als adviseur en kwartiermaker ben ik al jarenlang verweven met innovaties in de bouw- en vastgoedsector. Ik werk op actuele innovatiethema’s die op dat moment spelen, denk aan digitalisering en industrialisatie. Hieruit is ook ‘Het lijstje van Marjet’ ontstaan, waarmee ik jaarlijks inzicht geef in welke partijen hoeveel fabrieksmatige woningen hebben gebouwd. Daarnaast heb ik meerdere boeken geschreven over toekomstgerichte thema’s in de sector.
Bij alles wat ik op dit moment doe ligt de nadruk op verduurzaming van de bestaande gebouwde omgeving.”
En je bent voor een groot deel verantwoordelijk voor de ‘Woningconcepten’ brochure.
“Medeverantwoordelijk. De brochure is oorspronkelijk voortgekomen uit ‘Het lijstje van Marjet’. Ik had op een gegeven moment zoveel data en interessante kennis verzameld over de markt van industrieel bouwen, dat ik de behoefte kreeg om die transparant te delen via een fysieke drager. Ik vond in de City Deal een partij die daar een financiële bijdrage aan wilde leveren. We wilde echter ook een transparante externe toets over de milieuprestaties. Jip van Grinsven van Alba heeft alle concepten doorgerekend. Dus alle lof voor haar. In 2023 kwam de eerste brochure uit en in 2024 is deze met medefinanciering van Building Balance nog veel verder verbeterd.
Maar eigenlijk zijn het de fabrikanten die verantwoordelijk zijn dat deze brochure er is. Ik vind elke fabrikant die zich voor deze brochure zo heeft laten doormeten, echt super dapper. Het is voor de bouwsector immers niet vanzelfsprekend om zo transparant te zijn, zeker niet voor de traditionele bouwers.”
Want het is makkelijker om industrieel te bouwen met hout en biobased dan met conventionele materialen?
“Nou, met beton en staal kan je ook prima industrieel bouwen. Het is niet alleen toebedeeld aan hout. Alleen zie je binnen de industriële bouw dat houtbouw veel harder groeit dan de rest, omdat houtbouw er zich heel goed voor leent.
Daar komt bij dat de markt er ook meer klaar voor is. Ik heb in 2008 een groot onderzoek gedaan naar houtskeletbouw in Nederland, waarbij de conclusie was dat de Nederlander nog niet echt warmliep voor houtskeletbouw. Je ziet dat houtbouw in de afgelopen jaren is omgeslagen van en nadeel naar een voordeel.”
(tekst gaat verder onder de afbeelding)
● Onder: In Zelhem heeft ProWonen twaalf industrieel gebouwde sociale huurwoningen ontwikkeld. Circulaire en modulaire houtbouwwoningen volgens het concept HOUTbaar huis van TBI WOONLab. De woningen zijn geassembleerd met de geïndustrialiseerde productielijn van geWOONhout.
"Het zou veel beter zijn om het ontwikkelproces in te richten zoals in de automotive industrie."
Voor wie is de Woningconcepten brochure primair bedoeld?
“Vooral voor corporaties en andere professionele opdrachtgevers. Maar wat je ook ziet is dat het hele interessante input oplevert voor bouwers om te verbeteren. Zij zien hiermee hoe zij presteren ten opzichte van een ander. Je krijgt daardoor veel sneller een verbetering van concepten en innovatie in de bouw, wat de verdere professionalisering en innovatie stimuleert.
De brochure geeft ook overheden nieuwe inzichten in wat er allemaal al kan en gebeurt. Het laat zien dat er genoeg te kiezen is, dat er veel variatie mogelijk is en dat het ook écht mooi is. Daarbij is het wel van het belang dat overheden gaan begrijpen dat je bij industrieel bouwen het proces anders moet inrichten met elkaar.”
Wat bedoel je dan concreet?
“Mensen moeten op een andere manier ontwikkelen. Formuleer wat je opgave is, aan welk type woningen je behoefte hebt op een bepaalde locatie. Selecteer vervolgens samen met stedenbouwkundigen en welstandspartijen, de industriële woningbouwers die passen bij die opgave en ga daar het ontwikkelproces mee in. Dus niet met een compleet uitgewerkt plan van eisen de markt opgaan maar producten inkomen. Doe je dat goed, dan bespaart dat ongelooflijk veel geld en tijd bij de overheid.”
Want hoe gaat dat op dit moment?
“Bij traditionele bouw zijn we gewend aan een heel lang voortraject, waarbij in veel losse kamertjes allerlei details over het te bouwen object op papier wordt gezet, om vervolgens pas aan het eind van de rit een bouwer te vragen of hij dat kan bouwen.
Het zou veel beter zijn om het proces in te richten zoals in de automotive industrie. Daar ga je ook niet naar een autobouwer om te vragen of ze jouw specifieke auto willen maken op basis van tientallen wensen van verschillende mensen. Nee, de bestaande type auto’s die zij aanbieden zijn het vertrekpunt voor jouw keuze.
Industrieel bouwen werkt exact op die manier. Je selecteert aan de voorkant met welk bestaand woningconcept je wilt werken, om vervolgens de extra beschikbare opties te bepalen om het te tunen naar de wensen. En net als bij auto’s hoef je ook niet elk exemplaar opnieuw te keuren, maar doe je eenmalig een zogenaamde typegoedkeuring.”
Mona Keijzer noemde de type goedkeuring op de Woontop zelfs één van de oplossingen om sneller te bouwen. Zie jij dat ook zo?
“Typegoedkeuring is een mooie ontwikkeling en het zal echt wel iets aan tijd schelen in het juridische traject van kwaliteitstoetsing en vergunningsverlening, maar ik vind die winst te marginaal om het een oplossing voor sneller bouwen te noemen. Dat gaat veel en veel verder. Dat gaat over wat er überhaupt komt te staan op een locatie en met welke businesscase. Maar alle beetjes versnelling helpen, zullen we maar zeggen.”
Belangrijkste voordeel van industrieel bouwen
“Dat is zekerheid. Als opdrachtgever weet je van tevoren wat je krijgt en wat je betaalt. Het risico op meerkosten is heel beperkt. Dus zekerheid over de kwaliteit en de kosten is wat mij betreft het belangrijkste voordeel om industrieel te willen bouwen. Zeker in deze steeds complexer wordende wereld.
Ik zou er graag naar toe willen – en ik denk dat we daar uiteindelijk ook komen – dat je op prestaties beoordeeld gaat worden. Kijk naar energie: het is belachelijk om te zien aan hoeveel regels jouw installatie moet voldoen. Je zou een garantie op het werkelijke energieverbruik moeten kunnen geven, in plaats van theoretische prestaties. Het is best eng voor een bouwpartij als je iedere keer een unieke woning bouwt en je wordt afgerekend op werkelijke prestaties, want je weet gewoon niet hoe die woning presteert. Bij industriële bouw is dat wel aardig in te schatten.”
Wat vind je eigenlijk van het optreden van Mona Keijzer tot dusver?
“Wat ik haar niet kan ontzeggen is haar power en drive waarmee ze dingen benadert. Ze is niet bepaald van het polderen en van het pappen en nathouden, en ik denk dat onze sector dat hard nodig heeft. De grote vraag is of zij dit kan omzetten in daadkracht. Gaan haar ambtenaren bij ieder project bovenop de bal zitten om projecten er doorheen te trekken? Want als de business case niet goed is, dan rennen mensen gewoon minder hard.
Waar ik me natuurlijk wel zorgen over maak zijn de duurzaamheidsambities. Daar zouden we meer in plaats van minder moeten doen, maar daar gaat dit kabinet zich niet voor inzetten.”
Laat het opschalen van industriële bouwstromen nou net een andere ‘versneller’ zijn die als oplossing uit de Woontop rolde. Goed nieuws dus!
“Ja maar nogmaals, papier is geduldig en het rapport maakt niet duidelijk hoe ze het ontwikkelproces veranderen. Dat vraagt om een cultuurverandering bij overheden, en iedereen weet: cultuurveranderingen gaan niet snel.
Als Keijzer echt wil gaan versnellen met industriële bouwstromen, dan moet ze er ook voor gaan zorgen dat er mensen komen die hun nek durven uit te steken. Mensen die bereid zijn om het proces aan de voorkant te versnellen. Want daar zit de vertraging, niet in het bouwen zelf.
Industriële woningen bouwen we met gemak in een half jaar tijd en er is in ons land voldoende capaciteit. De fabrieken die er nu staan kunnen al 50.000 woningen per jaar realiseren en over een paar jaar zijn dat er 85.000. Tel daar de 50.000 woningen bij op die al jaarlijks traditioneel gebouwd worden, en dan heb je meer dan honderdduizend woningen. Bouwen is gewoon echt niet het probleem.”
Aan de arbeidskant ook niet?
“Nee. Natuurlijk halen we arbeiders uit het buitenland en er zal ook ooit wel eens iets zijn dat vertraging oploopt, maar ik geloof niet dat we te weinig woningen bouwen omdat de bouwsector te weinig personeel heeft.”
Hoe zit het met de arbeid voor architecten? Is industrieel bouwen een bedreiging voor hun vak?
“Op de Woontop noemde de BNA heel expliciet de waarde van industriële woningen, dus ik heb de indruk dat de teneur ook onder architecten de afgelopen jaren wel veranderd is.
Dat neemt niet weg dat er wel kritische kanttekeningen zijn, dat snap ik ook. Ik denk dat hun pijn vooral bij de stedenbouwkundige kwaliteit zit. Soms is dat ook terecht, maar bij traditionele bouw zie ik ook wijken die pijn doen.
Het is ook niet gezegd dat je niks meer kunt ontwerpen bij industrieel bouwen. Je kunt op iedere wijk weer een ander architectonisch concept plakken om binnen de contouren van zo’n concept en van de bouwmethode hele gave ontwerpen te maken. Neem even die metselrobots, daarmee kan je supergave gevels maken die je traditioneel echt niet betaalbaar kunt maken. Dat biedt ook weer nieuwe perspectieven voor architecten.”
(tekst gaat verder onder de afbeelding)
● Onder: Het eengezinswoning-concept ‘Noest’ van Tala laat zien dat geen enkele industrieel gebouwde woning er hetzelfde uit hoeft te zien. De CLT-woningen zijn CO2-neutraal en biobased.
"Als je meteen vanaf het begin uitgaat van houtbouw, dan hoeft het niet veel duurder te zijn.”"
Is industrieel bouwen dan ook een goedkopere bouwmethode?
“Ik ben het niet meteen eens met mensen die dat beweren. Je praat over een heel ander kostenmodel. Ja, de variabele kosten van een industriële woning ten opzichte van een traditionele woning zijn veel lager, maar de klant zal dat niet snel merken in de prijs. Een industriële bouwer heeft namelijk veel meer vaste kosten. Die zal om die reden voor zijn product altijd de marktwaarde vragen die hij ervoor kan krijgen, zodat hij met R&D een nog beter product kan maken.”
En als je specifiek naar houtbouw kijkt, heeft dat nog invloed op de prijs?
“Het is niet per se gezegd dat houtbouw duurder is dan traditionele bouw. Wij hebben binnen Building Balance een koplopersgroep van industriële bouwers die zegt dat biobased laagbouw meestal net zo duur is. Daarentegen heeft Aedes net een onderzoek gepubliceerd, waarin HSB aanzienlijk goedkoper uitkomt dan traditionele bouw.
Maar of het nou goedkoper of duurder is: het allerbelangrijkste voor houtbouw is dat je niet een heel proces doorloopt, waarbij je aan het einde van de rit de boel moet gaan omkatten naar houtbouw. Dan wordt het veel duurder. Je moet echt vanaf het begin af aan houtbouw in je hoofd hebben, en het liefst dan ook industriële bouw. Als je dan producten inkoopt dan hoeft het echt niet zoveel duurder te zijn.”
Het aandeel industriële houtbouw groeit hard
“Toen ik in 2018 begon met mijn lijstje telden we zo’n 1.500 industriële houtbouwwoningen en bijna dubbel zoveel industriële betonwoningen. Nu, ruim zes jaar later, wordt het aandeel houtbouw en beton ongeveer gelijk geschat op ieder 6.000 woningen.
Beton is weliswaar ook verdubbeld, maar industriële houtbouw is dus bijna vervijfvoudigd! Binnenkort maken we daarover een publicatie, dus dit is nog even een voorlopige schatting.”
Tot slot: mogen we nog een boek van Marjet Rutten verwachten? En waar gaat die dan over?
“Ik was eigenlijk helemaal niet van plan om nog een boek te schrijven, maar zoals je wellicht weet heb ik in 2010 een boek geschreven over de bouwsector in 2025. Nu dat jaar is aangebroken kan ik er misschien niet onderuit om even terug te kijken wat er allemaal van uitgekomen is en weer 15 jaar vooruit te kijken.”
Had je destijds de toekomst goed ingeschat?
“Van de voorspellingen die ik toen deed is wel veel uitgekomen. Maar het enige waarvan ik echt heel zeker wist dat we goed zaten – we moeten ons gaan voorbereiden op krimp van de bevolking – blijkt niet te kloppen, haha. Dat was gebaseerd op cijfers van het CBS en dergelijke, die zij voor de lange termijn doorrekenen.
Als ik een nieuw boek ga schrijven, dan wordt het vooral weer een blik naar de toekomst: wat verwachten we dat er de komende jaren gaat gebeuren? Hoe ziet de sector er in 2040 eruit? Er zijn daarbij nieuwe thema’s die dit keer meer aandacht mogen krijgen. Denk aan het thema water. Water wordt op z’n zachts gezegd echt wel een dingetje. Zowel de beschikbaarheid van drinkwater als de gevolgen van klimaatverandering.”
En wat is je verwachting over de verschijningsdatum?
“Nou, die is niet voor de zomer klaar hoor, maar wie weet als kerstgeschenk.”
Kunnen we zonder industrialisatie?
“In de context van de huidige opgaven voel je gewoon dat we niet meer om industrieel bouwen – en daarmee ook houtbouw – heen kunnen.
Als de bouwsector verder professionaliseert, is het financieel niet meer houdbaar dat je per project alles moet gaan ontwikkelen. Er is zoveel ingewikkelde en veranderende regelgeving. Bij industriële bouw besteed je al je tijd en geld aan innovatie en vernieuwing, waardoor elk stap ook meteen een verbetering is. Maar als je iedere keer vanaf nul begint, dan gaat die verbetering veel minder snel en moeten alle investeringen ook binnen één project worden terugverdiend. Dat is meestal niet realistisch.”









