Skip to main content

We belichten de ontwikkelingen rondom houtbouw

door experts ‘in de houtgreep’ te nemen.

Een jeugd tussen bos en houtkrullen werd sturend voor het carrièrepad van Peter Fraanje, Network Lead van de Nederlandse tak van Built by Nature. “Wij willen houtbouw versterken en versnellen, zodat schaalvoordelen optimaal worden benut, want bouwen met kruislaaghout (CLT) is hét antwoord op de woningnood en de groeiende klimaatcrisis.”

Klopt het dat je geboren en opgegroeid bent in een wereld van bouwen en bomen?

“Ik ben inderdaad tussen de houtkrullen opgegroeid, en ik ging graag naar buiten. Langs de kust van Walcheren heb je de Manteling, een prachtig bos en natuurgebied waar ik vaak te vinden was.

Mijn voorvaderen waren wagenmakers in Zeeland. Zij bouwden met essen- en iepenhout uit de omgeving om de boerenwagens te maken. Als kind kwam ik al vaak op de werkplaats van bouwbedrijf Fraanje in Zeeland. De heerlijke geur van hout die daar hing heeft mij nooit meer losgelaten. Van hout kan je alles maken. Ik groeide op in Middelburg waar een hele nieuwe woonwijk uit de grond werd gestampt, gefundeerd op houten heipalen. Voor mij zijn bos en bouw echt met elkaar verbonden.”

En toen ben je langzaamaan met bomen en hout een carrière gaan bouwen.

“Ja ik had al lang het idee om iets met bosbouw te gaan doen. Ik vond destijds al dat er meer bomen en bos zou moeten worden aangeplant en tegelijkertijd had ik veel belangstelling voor ecologische landbouw en ecologisch bouwen. Ik ben toen Bosbouw en Cultuurtechniek gaan studeren in Velp, en daarna Milieukunde op de Universiteit van Amsterdam (UvA) bij de Interfacultaire Vakgroep Milieukunde. Daar heb ik samen met andere studenten drie mens- en milieuvriendelijke woningbouwprojecten beschreven. De verbinding van land- en bosbouw met de bouw was snel gelegd, en na nog een stage bij WoonEnergie (nu W/E adviseurs) resulterend in het rapport Natuurlijke Bouwmaterialen, kon ik aan de slag bij de UvA als milieukundig onderzoeker in de bouw.”

Over welk jaren spreken we dan? Want het klinkt behoorlijk vooruitziend.

“Dit was in de jaren tachtig, maar het is goed om te bedenken dat we al eeuwen ervaring hebben met houtbouw en biobased bouwen en dat we veel kunnen leren van de praktijk. In 1987 leerde ik Renz Pijnenborgh kennen, architect van een van de eerste MW2 projecten (mens- en milieuvriendelijk wonen) in Nederland, waarbij bewoners samen met de aannemer met natuurlijke materialen hun eigen huis bouwden. Dit ecologisch bouwproject in Den Bosch bestond uit 16 houten woningen en een gemeenschapshuis. Ze waren met kurk geïsoleerd en voorzien van de eerste groendaken van Nederland.

In 1999 publiceerde ik een boek over het bouwen met 33 verschillende houtsoorten die zich thuisvoelen in Nederland en Belgie: Natuurlijk Bouwen met Hout. In het jaar ervoor promoveerde ik aan de UvA op het toepassen van biobased materialen in de bouw.”

En toen had je het nog niet over Cross Laminated Timber (CLT).

“In de jaren ’80 en ’90 ging het voornamelijk om houtskeletbouw (HSB). Gelamineerde houtproducten zoals LVL waren in opkomst. De industriële productie van kruislaaghout (CLT) kreeg pas rond 2005 enige schaal. Het Amerikaanse patent dateert overigens al van 1923. Inmiddels is CLT dé bouwinnovatie van de 21ste eeuw. Door het hout kruislings te verlijmen in een oneven aantal lagen, wordt het natuurlijk krimp- en zwelgedrag van hout geminimaliseerd. Hierdoor ontstaat een industrieel product waar je tot op de millimeter nauwkeurig mee kan werken en alles van kan maken. Mijn eerste kennismaking met CLT was in 2001 het Parasite-project van Mechtild Stuhlmacher, een volledig in CLT uitgevoerd houten gebouwtje geplaatst op een oude havenloods in Rotterdam. Daarna heeft het nog jaren geduurd voordat CLT en ook andere verlijmde houtbouwproducten, zoals LVL en glulam, in Nederlandse woningbouwprojecten voet aan de grond kregen. Steeds meer architecten , producenten en bouwers zijn bekend met de fantastische mogelijkheden van CLT.”

Je werkt inmiddels als Networks Lead Nederland voor Built by Nature. Kan je kort vertellen wat jullie doen?

“Built by Nature is een internationale netwerkstichting met een onderzoeksfonds, gevestigd in Amsterdam. Wij werken met filantropisch geld van ondernemers in lijn met de Theory of Change. Onze strategie is erop gericht om door een sterk netwerk barrières weg te nemen en de transitie naar houtbouw in Europa te versnellen en op te schalen. Dat doen we door de vraagzijde van de bouw te stimuleren, door mensen en organisaties te verbinden en een sterk netwerk te bouwen, kennis te delen en belemmeringen weg te nemen door onderzoek.

Het uiteindelijk doel is om de bouw en de gebouwde omgeving te transformeren in harmonie met de natuur. Door energiepositief in hout te bouwen en daarmee de CO2 uitstoot radicaal te verminderen, door CO2 massaal op te slaan in gebouwen, en door duurzame bosaanleg en bosaanplant sterk te laten groeien zodat grote hoeveelheden CO2 uit de atmosfeer wordt gebonden. Daarbij richten we ons met name op compacte gestapelde woningbouw. Op deze wijze kunnen we de groeiende wereldbevolking van huisvesting voorzien en tegelijkertijd de klimaatdoelen van Parijs halen.

Built by Nature hoopt zo houtbouw tot een volwassen mainstream bouwmethode te maken in Nederland en Europa. Door massaal in hout te bouwen kan de bouw gaan fungeren als een veilige opslagplaats van koolstof. Bij TNO heb ik als onderzoeker enkele jaren geleden al laten zien hoeveel potentieel houtbouw en in het bijzonder CLT-bouw heeft als opslagplaats voor CO2. In mijn promotieonderzoek heb ik aangetoond dat dat potentieel nog sterk kan groeien als we hout remontabel toepassen en na demontage cascadegewijs opnieuw gebruiken. In de praktijk kan elke houten balk wel zeven levens krijgen; al die tijd is de CO2 veilig opgeslagen en voor elke balk die je hergebruikt kan een boom worden gespaard.”

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

● Onder: project Valckensteyn in Rotterdam: 82 houtbouw appartementen in een gebouw van 40 meter hoog en 12 verdiepingen.

"Het is alleen al heel belangrijk om houtbouw op de agenda te houden."

Want wat houdt jouw bijdrage concreet in? Ben je veel met de politieke kant bezig om partijen ‘zover te krijgen’?

“Als Network Lead Nederland bouw ik aan een netwerk van koplopers die we stimuleren om vaker biobased bouwen te gaan uitvragen. We spreken bij Built by Nature over de ‘big six’: ontwerpers, beleggers, ontwikkelaars, verzekeringsmaatschappijen, steden en woningcorporaties. Door ondersteuning van de vraagzijde wil Built by Nature de vraag naar houtbouw manifest en aanhoudend maken. De aanbodzijde, de bouwbedrijven en de toeleveranciers, kunnen hier vervolgens op anticiperen. Mijn rol is om dit netwerk te creëren, te faciliteren, te versterken en eventuele belemmeringen weg te nemen. Vraag en aanbod met elkaar verbinden door aan de vraagzijde te laten zien dat het aanbod er is, en aanbieders weer te verbinden met de vraagzijde.

Zo heb ik de bouwindustrie inzicht gegeven in de investeringstoename in houtbouw (mede dankzij de 20% houtbouw ambitie van Metropool Regio Amsterdam), en de vraagzijde laten zien dat er ook echt aanbod is. Ook is het van belang regelmatig overzicht te geven van projecten. De komende jaren wordt veel verwacht van de woningcorporaties, ze kunnen veel leren van de ervaringen met houtbouw van koploper corporaties.”

En inzicht bieden aan de samenleving, behoort dat ook tot jouw taken? Want aan de publieke perceptie van houtbouw valt ook nog wel wat te schaven.

“Ja, maar dat past niet in de strategie van Built by Nature, wij richten ons niet direct op de eindgebruiker. Terwijl die natuurlijk wel belangrijk is en ook vraag kan creëren, gezondheid is natuurlijk een belangrijk thema. Over het algemeen heeft de klant niet veel te zeggen over hoe de woning wordt gebouwd. Niemand vraagt eindgebruikers expliciet of zij een houten woning willen hebben, het gaat meestal over prijs, locatie en enkele uiterlijkheden.

Uit onderzoek van het LenteAkkoord 2.0, een coalitie van bouwers en ontwikkelaars van woningen blijkt dat 35% van de woningzoekers belangstelling heeft voor een houten appartement of huis. Door een steeds groter en hechter netwerk te creëren van bedrijven en organisaties die in hout willen bouwen en daar steeds meer ervaring mee hebben, kan het aanbod in houtbouw worden opgeschaald.”

Hoe groot is het belang van zo’n stichting als BBN voor de transitie?

“Om te beginnen is het alleen al heel belangrijk om houtbouw op de agenda te houden. De woningnood, de hoge grond- en bouwkosten en de politieke ontwikkelingen leiden ons allemaal af van duurzame houtbouw. Vaak wordt houtbouw gezien als iets extra’s wat dan ook als eerste sneuvelt op de tekentafel als het economisch moeilijker wordt, terwijl industriële houtbouw juist een methode is die alles in zich heeft om een grootschalig, snel, betaalbaar en duurzaam antwoord te geven op het gebrek aan woonruimte.

Een belangrijk deel van ons werk is het delen van kennis en het wegnemen van belemmeringen voor houtbouw door onderzoek. Zo lopen er onderzoeken naar het optoppen van bestaande bouw met hout, een project om de kwaliteit van LCA-data voor hout te verbeteren en een onderzoek naar de bouw- en investeringskosten van houtbouw afgezet tegen traditionele bouw. Onze koplopers, momenteel zo’n 40 organisaties en bedrijven, zijn actief betrokken bij dit soort onderzoek.

De kennis die we ontwikkelen is open source. We delen zelf informatie en stimuleren ook dat informatie in het netwerk onderling wordt gedeeld. Je ziet daar nog wel eens koudwatervrees, want waarom zou je je als koploper in houtbouw modules in de kaart laten kijken door andere architecten of ontwikkelaars? Met onze grants stimuleren we ook om die uitwisseling te maken.”

Kan je voorbeelden noemen van partijen die door jullie op weg zijn geholpen?

“We hebben bijvoorbeeld de MRA gesteund met financiering van de houtbouwmonitor. Daarmee kunnen ze meten wat er in de metropoolregio Amsterdam in het kader van het convenant wordt gedaan om 20 procent van de nieuwe woningen hout uit te voeren.

We hebben ook een mooi project gesteund, waarbij CLT uit afvalhout wordt gemaakt. Technisch kan dat gewoon al. Onze koplopers willen graag dat er CLT op de markt komt met hergebruikt hout. Je kunt dan denken aan enkele tussenlagen in het kruislaaghout gemaakt van hout uit sloop- en renovatieprojecten. TNO is momenteel met een proefproductielijn bezig. Het eerste tweedehands CLT zal worden toegepast in een project van één van onze koplopers, Urban Climate Architects in Delft. Ik verwacht dat het gebruik van tweedeleven hout, dat niet zelden van hoge kwaliteit is, binnen afzienbare tijd industrieel geproduceerd gaat worden.

En we steunen op dit moment ook een onderzoek van een aantal architectenbureaus naar de goede bouwdetails in hout: wat zijn de prestaties qua geluid, qua brandveiligheid, et cetera. Dat zijn onderzoeken die normaal gesproken niet zouden kunnen zonder een grant van Built by Nature, maar wel in belangrijke mate bijdragen aan een succesvolle opschaling van CLT-houtbouw.”

Is het Built by Nature daarbij alleen te doen om de klimaatdoelen van Parijs te halen?

“Het is breder. We zien dat de wereldbevolking groeit, dat de bouw nodig is om mensen te huisvesten, dat er woningnood is en dat je ook moet voldoen aan het Parijs klimaatakkoord. Met die optelsom heb je eigenlijk maar één uitkomst: houtbouw. Daar is geen gat in te schieten. De opslagfunctie van massieve houtbouw is van cruciaal belang voor de bouw om aan de klimaatdoelstellingen van Parijs te voldoen. Die langdurige opslag is geen science fiction. Nu al is de bestaande bouw een opslagplaats van hout en als we het sloophout niet verbranden, maar weer opnieuw in de bouw toepassen, blijft de koolstof nóg langer opgeslagen. In het artikel Buildings as a Global Carbon Sink uit 2020 wordt voorgerekend hoe belangrijk en substantieel die opslagfunctie kan zijn.

Samen met Climate Cleanup werken onze koplopers in lijn met Europees beleid nu aan het waarderen van deze opgeslagen biogene koolstof, ook wel Construction Stored Carbon (CSC) genoemd. Een superveilige nature based oplossing. Vergelijk dat nou eens met de dure technische end-of-pipe opslag in de bodem, waar nu miljoenen euro’s in de vorm van subsidie heengaan. Die miljoenen zou je veel beter in de sociale houten woningbouw kunnen investeren. Tot op heden wordt de opslagfunctie van biogene koolstof nog niet gewaardeerd in de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) of bij tenders en aanbestedingen in de bouw.

Er zijn ook nog steeds mensen die moeite met het massieve karakter van CLT, maar ik zie dit nu juist als kracht: de massief houten elementen kunnen in 2D of 3D perfect worden gebruikt in de circulaire en duurzame bouweconomie, steeds weer opnieuw. De dikte en robuustheid van de elementen maakt het mogelijk om optimaal te presteren op het vlak van gezondheid, brandveiligheid, isolatie, geluid en trilling. CLT projecten kunnen in de fabriek worden voorbereid en staan in mum van tijd op locatie.

Tel daarbij op dat CLT in de toekomst op grotere schaal kan worden gemaakt uit secundair hout, aangevuld met hout uit het duurzaam beheerd bos volgens de cascade-principes: pas hout zo hoogwaardig mogelijk toe, verleng de levensduur en minimaliseer kwaliteitsverlies.”

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

● Onder: project Juf Nienke op het Centrumeiland van Amsterdam IJburg. opgebouwd met een slimme schakeling van circulair en geprefabriceerde CLT-units

Nu wordt de transitie nog behoorlijk vertraagd door een aantal factoren. Merk jij in jouw werk ook dat het niet zo snel gaat als je zou willen?

“Ja, je moet weten dat het overheidsstreven om meer met nagroeibare grondstoffen te bouwen er al lang is.,. In 1995 had het Ministerie van VROM ook al een landelijke doelstelling en een heel programma om twintig procent meer hout in de bouw te gebruiken. Er is wel meer hout in de bouw toegepast, maar tot een echte doorbraak van houtbouw op de woningmarkt heeft het toen niet geleid. HSB is al die jaren een nichemarkt gebleven, met name in de grondgebonden en vaak vrijstaande woningbouw. Gestapelde woningbouwprojecten in HSB waren een zeldzaamheid.

Met deze nieuwe golf van belangstelling en enthousiasme voor houtbouw verwacht ik die doorbraak wel. Dit heeft alles te maken met de industrialisering van de bouw. Er is lang over geschreven en gepraat, maar die industrialisatie zet nu echt door,: er zijn steeds minder vakmensen, de markt vraagt steeds meer wendbaarheid van bedrijven, terwijl lawaai en langdurige overlast op de bouwplaats niet meer wordt getolereerd. Daar komt de stikstofproblematiek nog bij en je begrijpt waarom traditioneel bouwen met zware fossiele materialen met bijbehorende emissie en overlast niet meer van deze tijd is.

Hout is daarentegen een ideaal materiaal voor prefabricage, vijf keer lichter dan beton en kan efficiënt en schoon (elektrisch) worden getransporteerd en gemonteerd. Steeds meer huizen worden dan ook in de fabriek geprefabriceerd en in korte tijd op de bouwplaats geassembleerd. Prefabricage in droge houten elementen biedt ook geweldige kansen voor biobased isolatiemateriaal: het kan worden aangebracht in hallen met gecontroleerde omstandigheden, snijverliezen kunnen tot een minimum worden beperkt.

Daar komt bij dat houtbouw ook een ideale oplossing is voor optoppen en het lichtvoetig verdichten van woningbouw, vaak met gebruikmaking van de bestaande fundering. Ook kan houtbouw toegepast worden in het casco van bestaande betonnen en stalen gebouwen. Zo kan de CO2 footprint van de bouw verder worden geminimaliseerd.”

Het aandeel van houtbouw projecten in Nederland is de afgelopen jaren van drie naar vijf procent gegaan. Liggen we daarmee op schema?

“Daar kunnen we natuurlijk niet tevreden mee zijn. Of anders gezegd: we hebben iedereen nodig om de overgang te maken van de fossiele naar een biobased bouweconomie. Het is bemoedigend om te zien dat er veel in de pijplijn zit. Het duurt vaak wel 5-10 jaar voordat een project ook echt wordt gebouwd. Veel renders van biobased gebouwen zijn of worden nu ook fysiek gerealiseerd, denk aan SAWA in Rotterdam. Met andere woorden: ik hoop dat wij nu nog in het vlakke gedeelte van de parabool zitten en dat de exponentiële stijging aanstaande is. Alles wijst daar wel op.”

Wat hebben daarvoor nodig?

“Een sterk netwerk, doorzettingsvermogen en een nieuwe generatie die actief bijdraagt aan de transitie van de bouw richting nature- en biobased.”

En daadkracht van de politiek?

“Ja dat zou absoluut helpen, maar daar moeten we niet op gaan wachten. Kijk, politiek en wetgeving veranderen voortdurend. Maar feit is dat we eigenlijk allemaal weten dat bouwen duurzamer kan. Bij Bouwend Nederland adviseerde ik bedrijven al om vooral hun eigen route te bepalen en duurzame plan te trekken.Bouwbedrijven zijn in de eerste plaats gericht op continuïteit. Industriële houtbouw is kostentechnisch zeer efficiënt en rendabel.

Veel MKB-bedrijven hebben nu geïnvesteerd in houtbouw, en het is natuurlijk geweldig nieuws dat ook grote bedrijven als BAM zeggen dat zij volledig overstappen op houtbouw. Alle bedrijven die nu inzetten op duurzame houtbouw, weten dat zij bijdragen aan de klimaatdoelstelling van Parijs en kunnen dat met de CSRD aantonen. Dat maakt hen ook weer aantrekkelijker voor investeerders, verzekeraars en banken..

De boodschap aan de bedrijven is dan ook: als je jouw koers aanhoudt, dan zet je stappen die je uiteindelijk op allerlei manieren voorsprong opleveren op het moment dat de politiek ook weer een stapje zet.”

Dus als Network Lead zit je niet aan tafel met overheden?

“Wij steunen vooral de vraag naar houtbouw, maar als provincies, gemeenten of landelijke overheden belangstelling hebben voor houtbouw, gaan wij uiteraard in gesprek. We werken ook samen met organisaties als DGBC, FSC Nederland, LenteAkkoord 2.0 en de Gideons Tribe.”

Welk onderdeel van de keten behoeft volgens jou de meeste aandacht in die versnelling? Wat is de zwakste schakel op dit moment?

“Dan kom ik toch uit bij de vraagzijde, waarvan je zou willen dat ze echt de overstap maken naar hout: hout waar het kan, beton waar het moet. Begrijp mij goed bouwen kan ook heel goed hybride, in combinatie met remonabel staal en beton. . De vraag naar houtbouw is nog steeds niet manifest, en de uitvraag van corporaties en ontwikkelaars is nog lang niet altijd solide.

En ik denk dan in eerste instantie aan de corporaties, die zo goed mogelijk ondersteund moeten worden in hun vraag. Betaalbaar wonen is natuurlijk van groot belang. Dat kan heel goed in houtbouw als je de voordelen ook optimaal benut, dus vanaf het begin in hout denken.

We hebben meer koplopers nodig – zoals Kleurrijk Wonen in Culemborg en Woonwaard in Alkmaar – die ervoor kiezen om projecten in hout te ontwikkelen en dat als een ideale bouwmethode gaan zien.”

Zijn die corporaties ook niet afhankelijk van wat ambtenaren bij gemeentes en provincies uitvragen in tenders?

“Ja, tot op zekere hoogte. Gemeenten en provincies kunnen veel betekenen als zij proactief meewerken.. Bij het Nelson Mandelapark in Amsterdam is een groene woonwijk van 700 houtbouwwoningen in aanbouw. Eigen Haard zal een substantieel deel van die woningen gaan verhuren. De gemeente kan de corporatie steunen. Groene leges of een korting op de grondquote zijn andere voorbeelden van mogelijke stimulering. Als overheden in hun tenders een prestatie-eis op het gebied van biobased zouden meenemen, dan helpt dat uiteraard om de materialisatie in gang te zetten Ik zie ook kansen voor de CO2-prestatieladder, en dan met name in relatie tot het bouwrijp maken van gebieden voor woningbouw.”

'The only way is up' voor houtbouw.

Het aandeel houtbouw in Nederland stijgt verder; er verrijzen meer en meer houtbouw projecten.

Getoonde projecten respectievelijk: Mooijburg (Amsterdam), Valckensteyn (Rotterdam), Houten Leeuw (Amsterdam), SAWA (Rotterdam).

"Onze focus ligt bij CLT, omdat het een industrieel product is, koolstof opslaat én het de enabler is van andere biobased toepassingen."

Jij bent ook ambassadeur van FSC. Nu is het zo dat een bedrijf met een FSC-licentie ook niet-gecertificeerde producten mag aanbieden. Zou het niet logisch zijn als FSC van bedrijven eist dat hun hele assortiment gecertificeerd moet zijn?

“Dat is zeker een logische gedachte Bij de meeste bedrijven is dat ook zo. Hout voor CLT komt uit Europa. Bij Europees hout gaat het vaak om het PEFC-keurmerk. Elk jaar wordt er een duurzame top 50 gemaakt van bedrijven die FSC-hout toepassen. Ik kan me voorstellen dat we in de toekomst nog meer kunnen doen om zeker te stellen dat al het hout dat gebruikt wordt voor CLT ook gegarandeerd 100% duurzaam is.”

Het op grote schaal aanplanten van bomen voor de bouw is ook iets waar jij voor pleit. Voor de voetafdruk lijkt me Nederland dan de beste plek. Zou het haalbaar zijn om al ons hout in Nederland te gaan kweken?

“In theorie is het mogelijk om een groot deel van nieuwbouw in Nederland met biobased producten zoals hout en stro uit te voeren. Eerst en vooral is het zeer wenselijk dat er meer bos wordt aangeplant in Nederland en dat ook wegen en dijken beplant worden met bomen. Built by Nature bepleit die aanleg van bossen en de regeneratie van verarmde ecosystemen wereldwijd. In de Nationale Bossenstrategie uit 2020 staat dat er in het kader van het KlimaatAkkoord binnen tien jaar 37.000 hectare bos bij moet komen, terwijl de harde realiteit is dat het bosareaal de afgelopen jaren nota bene is afgenomen. Gelukkig zijn er wel investeerders met belangstelling voor bosaanleg, ook in Nederland. Verder is het natuurlijk ook goed om over de grens te kijken. CLT komt uit Europese bossen, laten we daar investeren in duurzame en biodiverse bosbouw.

We kunnen het Nederlandse hout dat wordt geoogst overigens ook veel hoogwaardiger toepassen. We moeten ook naar een andere manier van bosbouw gaan. We zijn een dichtbevolkt land, dat betekent dat we multifunctioneel bos moeten aanplanten. Een biodivers bos waar je kunt recreëren, wat goed beheerd wordt en wat op een gegeven moment ook hout oplevert. We moeten bossen niet meer ontwikkelen als monoculturen. We moeten naar een uitkap-systeem, waarbij je de bomen in het bos monitort. Er zijn al moderne hulpmiddelen voor bosbouwers waarmee ze hun hele bos in een systeem invoeren, zodat ze gericht bomen kunnen uitkappen om die zo hoogwaardig mogelijk toe te passen. De moderne verzie van het bouwen van vroeger, toen de timmerman het bos in ging en de juiste bomen uitkoos voor zijn schuur of molen.”

Built by Nature is een initiatief van de Laudes Foundation, wat opgezet is door de ‘C&A’ familie Brenninkmeijer. Waar komt die ‘drive for the good’ bij hen vandaan?

“Het feit dat het een familiebedrijf is speelt een rol daarin. Ik kom zelf uit een familie van ondernemers en weet dat het daar heel normaal is om ook met je omgeving en duurzaamheid bezig te zijn, om een maatschappelijke drive te hebben. De Brenninkmeijers hebben gezocht naar een manier waarop zij een duurzame impact kunnen maken op het gebied van grondstoffen. Vanuit hun C&A activiteiten kom je dan logischerwijs uit bij de kledingindustrie, waarin ze met de Fashion for Good stichting actief zijn.

De keuze voor zo’n stichting voor de bouwsector is vervolgens ook niet onlogisch. Een aantal familieleden werkt in die sector en als retailer heeft de familie veel vastgoed in steden. De bouw en de kledingindustrie hebben het gemeenschappelijk potentieel dat je heel veel kunt verbeteren door het grondstoffengebruik te verduurzamen. Als wij goed bouwen met biobased materialen, dan kan het verrijkend zijn voor de omgeving en voor de plekken waar je de grondstoffen vandaan haalt. En als de toepassing verandert of je hebt het niet meer nodig, dan kan je het ook weer in de natuur achterlaten.”

Zijn jullie ook in de agro-kant actief bezig om boeren te stimuleren over te stappen naar landbouwgewassen?

“Nee, onze focus ligt echt bij hout en CLT in het bijzonder, omdat we dat als de ‘enabler’ zien van andere biobased toepassingen, zoals isolatiemateriaal. In Nederland en in Europa heeft houtbouw nog geen groot marktaandeel. De opschalind van een droge prefab houtbouwmethode biedt weer kansen voor andere biobased materialen. We werken natuurlijk samen met Building Balance in Nederland en organiseren een wereldwijde Biobased Prize om de verdere toepassing van biobased bouwen wereldwijd te stimuleren.”

Het kantelpunt

“Dat houtbouw een mainstream bouwmethode wordt is voor mij de hoofdzaak. Ik ben optimistisch omdat hout het ideale bouwmateriaal is om industrieel, flexibel, snel, betaalbaar, duurzaam en remontabel mee te bouwen. Voor een snelle ontwikkeling is hybride bouw van CLT en HSB in combinatie met beton en staal ook van belang. Ik verwacht dat het aandeel houtbouw in 2030 minimaal 30% van de woningbouwmarkt in Nederland bedraagt. De nieuwe generatie ziet het al: houtbouw is duurzaam, schoon, veilig, snel en gezond. Houtbouw heeft de toekomst!”

Peter Fraanje, Network Lead NL van Built by Nature.

Meer informatie?

Stuur een mail

© Foto header: Mischa Keijser | Foto SAWA: Pablo van der Lugt | Overige foto’s: Peter Fraanje